Opstelten: stop toch met dat getwitter!
Marktplaats voor freelance journalisten
Een verlies van zes- á zevenhonderd banen in de afgelopen drie á vier jaar en de verwachting dat deze teruggang in werkgelegenheid zich de komende jaren voortzet. Nee, de Commissie Brinkman, het gezelschap dat in 2009 onderzoek deed naar de krantensector, schetste in haar rapport De Volgende Editie [pdf] een weinig rooskleurig beeld van de werkgelegenheid in de krantensector. Vaste aanstellingen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Redacties maken in toenemende mate gebruik van freelancers.
De initiatiefnemers van Journalist.nl spelen in op deze ontwikkeling. De mediaondernemers Marijn Deurloo (ex-Telegraaf Media Group) en Bert Kok (onder meer werkzaam geweest bij het ANP) bedachten al voordat de Commissie Brinkman haar eindverslag presenteerde, een online uitwisselingsplatform voor (met name) freelance journalisten en potentiële opdrachtgevers. Vandaag (10 september) wordt de website Journalist.nl officieel gelanceerd. “Dit platform gaat het werken als freelancer een stuk efficiënter maken.”
Hoe werkt het?
“Ons idee was om een marktplaats voor journalistieke producties op te zetten”, vertelt Bert Kok. “Uitgevers worden op Journalist.nl in staat gesteld om opdrachten te plaatsen en tegelijkertijd bestaande content, zoals foto’s en artikelen, aan te bieden die wellicht interessant is voor andere uitgevers. Freelance journalisten kunnen vervolgens reageren op deze opdrachten, maar zijn ook vrij om ideeën voor artikelen onder de aandacht te brengen van potentiële opdrachtgevers. In principe is deze dienst voor freelance journalisten gratis. Uitgevers betalen bovenop het afgesproken tarief voor een foto of artikel vijftien procent bemiddelingskosten aan ons.”
Op deze manier hoopt Kok dat de wisselwerking tussen freelance journalisten en opdrachtgevers in de nabije toekomst een stuk efficiënter wordt dan nu het geval is. “In mijn jarenlange ervaring als journalist bij het ANP verbaasde ik mij er altijd over dat het proces van freelancen uiterst ondoelmatig en inefficiënt verloopt. Journalisten zijn vaak onnodig veel tijd kwijt om hun ideeën onder de aandacht te brengen van opdrachtgevers. En andersom putten opdrachtgevers louter uit de bak met bij hun bekende journalisten. Waarom is er jarenlang geen gebruik gemaakt van internet? Internet wordt tegenwoordig voor alles en nog wat gebruikt, maar niet voor het dichterbij elkaar brengen van uitgevers en freelance journalisten. Dat gat hopen wij te vullen.”
Innovatie
Hoewel Deurloo en Kok dus al voor de presentatie van het rapport De Volgende Editie met het idee kwamen voor een online uitwisselingsplatform voor journalistiek Nederland, beschouwen zij de adviezen die de Commissie Brinkman deed als een steun in de rug. Kok: “Brinkman sprak de wens uit tot meer innovatie in de perswereld. Dat is precies wat wij doen met de lancering van deze website; innoveren. In Nederland bestaat er namelijk nog niet een dergelijk platform.”
Het innovatieve gehalte van Journalist.nl zit vooral in de wens van beide initiatiefnemers dat door dit online platform nieuwe kansen worden gecreëerd voor jonge journalisten om hun producties aan de man te brengen. Interne verjonging is door de huidige financiële positie van veel kranten vrijwel onmogelijk, maar als kranten en tijdschriften meer gebruik gaan maken van freelancers zou dat kunnen leiden tot verjonging.
Wetenschappelijk onderzoek
Journalist.nl fungeert sinds begin 2010 ook als praktijktest in een wetenschappelijk onderzoek naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een online marktplaats voor journalistiek, alsmede de eisen en wensen die aan een dergelijk platform worden gesteld. Het onderzoek doet Bert Kok met Piet Bakker, lector crossmediale content aan de Hogeschool voor Journalistiek in Utrecht. In oktober 2009 kreeg Journalist.nl ruim negentigduizend euro subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Pers.
Concrete vraag is of er behoefte is aan een dergelijk platform bij uitgevers en journalisten en wat de economische haalbaarheid van dit initiatief is. Tevens richt het onderzoek zich op de vraag of het platform kan leiden tot meer diverse journalistieke producties die tegen lagere kosten dan nu het geval is gemaakt kunnen worden. Om een antwoord te krijgen op de gestelde vragen nemen beide onderzoekers interviews af met alle betrokken partijen: uitgevers, vakorganisaties, journalistieke opleidingen en de journalisten zelf.
Eerste bevindingen
Uit een eerste tussenrapportage blijkt dat de tot dan toe ondervraagde media allen mee willen doen aan een pilot, hoewel niet iedereen zich als grootgebruiker ziet. Vooral op het gebied van specials en bijlagen liggen kansen voor het online platform, aldus de onderzoekers. Ook vanuit de journalistieke opleidingen is men enthousiast. Vooral omdat de overtuiging heerst dat een vaste baan voor net afgestudeerden geen eerste optie meer is.
Kok: “Ik loop al een tijdje mee in de journalistiek en voordat ik met het idee kwam om een uitwisselingsplatform te lanceren voor de journalistiek in Nederland, had ik al sterk het gevoel dat er behoefte bestond aan een dergelijk initiatief. Het doet mij deugd dat dit gevoel wordt bevestigd aan de hand van ons onderzoek. De komende weken houden we nog een internetenquête onder journalisten en dan hopen we aan het eind van dit jaar het onderzoek af te ronden. Voor mij is dit project geslaagd als er op Journalist.nl producties worden aangeboden. Niet één of twee keer, maar het zou mooi zijn als er echt verkeer tot stand komt op het platform.”
Puzzletje, puzzletje aan de wand, wat is jouw mooiste variant?
Als er iets duf en oubollig klinkt dan is het wel het maken van een legpuzzle. Liefst zo eentje met felgekleurde bloemen, een schilderachtig tafereeltje met een sprookjesachtig kasteel of een landschap met een net iets te blauw meer omringd door bergtoppen die sfeervol door de avondzon worden beschenen. Je merkt het, ik ben een kenner want ik maakte ze vroeger regelmatig met mijn oma, die een enorme verzameling legpuzzles had en tegenwoordig nog maar zelden bij vrienden die er zo af en toe eentje op een rommelmarkt kopen.
Maar vergis je niet, de legpuzzle biedt onverwachte genoegens, tenminste als je er maar genoeg van hetzelfde merk hebt. Want dan kan je er, net als Kent Rogowski, op los combineren totdat je er bij neervalt. En dat leidt tot verrassend fraaie resultaten. Wat dacht je van deze berg-kerk en bloemencombinatie?
En wat vinden de iets klassieker ingestelden onder jullie van deze bloemenwei?
Sfeervol, kleurrijk en origineel nietwaar? En daarmee is de legpuzzle wat mij betreft net zo min oubollig als de al eerder door mij genoemde koekoeksklok. Want zolang er mensen zijn die legpuzzles en koekoeksklokken opnieuw en/of anders gaan gebruiken en definiëren, weten ze mij en ik hoop ook jullie te verrassen.
Herbalife kampioen in rechtszaken domeinnamen
Anti-Wilders domeinnamen te koop [met mooie winst]
Google lanceert Google Instant Search: supersnel zoeken
KLM Open golf live via internet kijken
“Oracle misbruikt merkenrecht tegen vrije handel” (zegt Webwereld)
Hoeveel omzet loopt Expedia mis door gebrek browser ondersteuning?
Google lanceert Google Instant Search: supersnel zoeken
Google staakt ‘ik doe een gok’ knop; vergroot omzet drastisch
Handboek iPad – voor journalisten, dit keer
Wat uitgevers zoal met de iPad kunnen, weten we inmiddels wel. Van een gratis Telegraaf-applicatie tot een Bright-magazine voor 9 euro, de mogelijkheden voor vindingrijke media zijn eindeloos. Of tenminste, tot waar Apple de grenzen stelt. Maar wat heb je er als journalist aan? Een uitpakparty, recensie, handleiding en veldtest in één.
In Brussel waren ze vorige maand al uitverkocht. Om toch nog een iPad te kunnen bemachtigen, moest ik naar een afgelegen witgoedwinkel in een buitenwijk van de stad. De teleurstelling is groot wanneer je ‘m al in de tram uitpakt. Je nieuwe aluminium snufje werkt niet zolang je hem niet aan een computer kunt koppelen. Evengoed heb je er een iTunes-account voor nodig. Ter compensatie krijg je van Apple de gratis app iBooks, inclusief een volledig exemplaar van Winnie the Pooh. Dat daargelaten, wanneer er eenmaal een SIM-kaart in zit of er een wifi-verbinding binnen handbereik is, werkt het ding als een wonderscherm. Waar ‘internet’ vroeger iets was waarvoor je moest gaan zitten, heb je het nu in je hand. Niet op een klein scherm, in grote letters of in tenenkrommend tempo op een telefoon, maar alsof je van een A4′tje leest. Een loodzwaar A4′tje, dat dan weer wel.
Het duurt een uur of wat, maar dan heb je de iPad geprogrammeerd zoals het moet. Apple Mail leest de laatste vijftig e-mail berichten van allerlei verschillende accounts, en is bijzonder handig om ‘on the road’ e-mail te lezen en vlugge antwoorden te sturen. De ‘Calendar’ valt gemakkelijk te synchroniseren met andere agenda’s, en de browser, Google Maps-toepassing en YouTube-app werken bijzonder intuïtief. Veel van de programma’s die je online gebruikt (Gmail, Twitter) werken even goed op de iPad. Toch kom je er ook direct achter dat de aankoop ter waarde van 500, 600 of 700 euro verre van compleet is. Je hebt een breed spectrum aan apps nodig om alles er uit te halen. Credit-card in de aanslag? Let’s go!
Apps
De ratelende telexen van Reuters en AP zijn handig, al bieden ze maar een minieme selectie van wat er beschikbaar is. Thompson Reuters News Pro (gratis) geeft behalve nieuws ook actuele koers- en valuta-informatie. De vormgeving van de AP-app springt er tussenuit. Hij is tegelijkertijd vrolijk en onhandig.
Wordpress (gratis) – Een blogpost online zetten vanuit de ingebouwde Safari-browser is niet gemakkelijk, maar het kan. WordPress, de motor achter vele blogs en websites, heeft een toepassing die helpt. De mogelijkheden zijn beperkt, maar met een paar vingerbewegingen staat er een nieuw bericht op de hoofdpagina.
Amazon Kindle (gratis) – Wie z’n woonadres verplaatst naar een motel in California, heeft plots toegang tot de complete Kindle-bibliotheek. Eindelijk!
Things for iPad (15,99 euro) – Geen journalist is compleet zonder een lijst met af te werken plannen, verhalen, ideeën en projecten. Er is allerlei software beschikbaar die orde in de chaos belooft te scheppen, maar Things werkt als een trein.
Dropbox (gratis) – Wat tegenvalt: je kunt niet zomaar stapels met documenten naar de iPad overslepen. Hotelbevestigingen, plattegrondjes, hele folders met PDF-bestanden, met Dropbox zijn ze plots wel beschikbaar op de iPad. Wie het programma installeert op de ‘thuiscomputer’ krijgt een folder waarin alle bestanden zowel online als op de iPad beschikbaar gemaakt worden.
Evernote (gratis) – Werkt anders, maar volgt hetzelfde principe van Dropbox. Evernote zet alle documenten, foto’s, lappen tekst of snippers van quotes overzichtelijk bij elkaar.
Het wemelt van de iPad-toepassingen om aantekeningen en notities te maken. In de meeste gevallen zijn ze weinig beter dan de ingebouwde ‘Notes’. Maar SoundNote (gratis) is een prachtige toepassing, het programma neemt geluid op terwijl je aantekeningen maakt. Handig voor persconferenties, maar ga er niet van uit dat je de opnames later op de radio kunt gebruiken.
Portfolio To Go (2,39 euro) maakt van een Flickr-account een slideshow, die desgewenst ook offline te bekijken is. Handig voor wie niet opnieuw al zijn foto’s naar een ander apparaat wil slepen, en toch familie en vrienden vakantiefoto’s wil laten zien.
Wie uiteindelijk toch met een laptop en een iPad op stap gaat, doet er goed aan Airdisplay (7,99 euro) aan te schaffen. Via de beschikbare wifi-verbinding zorgt de toepassing ervoor dat de iPad een tweede beeldscherm is. Handig voor tekstcorrectie, of wie gewoon ruimte te kort komt.
Met de komst van de iPad beleven RSS-readers een tweede jeugd. Flipboard (gratis) en Pulse (2,99 euro) verzamelen de nieuwsberichten, foto’s en video’s uit de gewenste bronnen, van Google News tot Facebook en Twitter.
In Pressdisplay (gratis) kun je, na registratie, een flinke greep uit alle wereldkranten lezen. Wie een abonnement voor 39 dollar per maand afsluit, kan in de meeste landen ter wereld de belangrijkste kranten lezen. Alleen in Nederland is de keuze (enkel de Volkskrant) wat beperkt. Daar staat tegenover dat je 14 Noorse, 47 Duitse en 285 Canadese kranten kunt lezen.
Dode muggen
De iPad is ideaal wanneer je onderweg bent. Nooit meer uren door een stad dolen om een vluchtbevestiging te printen, bijzonder snel het laatste nieuws lezen en waar nodig binnen een paar minuten op belangrijke e-mail reageren. Toch is het geen vervanging voor een laptop. Toen ik op een terras in de Georgische hoofdstad Tbilisi plots las dat een onbekende Georgische zakenman een Nederlandse voetbalclub kocht, moest ik als de wiedeweerga met een taxi terug naar mijn hotel. Dertig vensters openen, halve webpagina’s vertalen en ondertussen een stuk schrijven, het gaat niet echt gemakkelijk op een iPad. Het kan wel, maar je moet er engelengeduld voor hebben.
Het heeft bijzonder veel voordelen een bibliotheek aan foto’s bij je te dragen. Toen de Georgische douane me uit de rij haalde voor een kruisverhoor kon ik aan de hand van foto’s exact uitleggen wat mijn werk is en waarom ik bepaalde stempels in mijn paspoort heb staan. Niet alleen bij autoriteiten, ook bij interviews wekt het vertrouwen. Met het kleine handzame dingetje kun je aan argwanende personen precies uitleggen en laten zien wie je bent en wat je doet. En nog handiger: wanneer jengelende kinderen een interview verstoren, zijn ze met de iPad wel even zoet. Net als taxichauffeurs, die met Google Maps opeens wel de weg naar je hotel weten te vinden.
Geweldig is ook het ‘on demand’-gevoel. Voor een boek hoef je niet langer naar een boekhandel, of weken te wachten op een zending uit Amerika. Toen ik in Georgië in contact kwam met een uitgever kon ik diezelfde avond nog het boek recenseren. Ook voorbij zijn de lange zoektochten door allerlei steden op zoek naar een kiosk die de International Herald Tribune verkoopt.
Zijn er ook keerzijdes? Reken maar. Wat steekt is dat de kranten, de e-books en de toepassingen die je koopt bij iTunes niet je eigendom zijn. De kranten van Pressdisplay blijven zestig dagen op de iPad staan, daarna zijn ze verdwenen. Uitprinten, doorsturen aan vrienden of archiveren voor later, het mag allemaal niet. Dat gaat ook op voor de boeken van Amazon. Een boek uitlenen aan een vriend, het mag allemaal niet van de ingewikkelde wetgeving die in principe slechts auteursrechten zou moeten beschermen. Wanneer de hype voorbij is en de iPad soms ook een dag of twee in een rugtas ligt, komt het besef dat het vooral een apparaat is om passief media te consumeren. Het is geen open platform om nieuws mee te maken.
Ook vervelend: het oplichtende scherm trekt in het donker muggen aan. Wanneer je die op het scherm dooddrukt, flip je automatisch over naar een volgende pagina of post je voor je het weet iets op Facebook. Dat daargelaten, het is geweldig journalistiek gereedschap. Ik zou niet meer zonder kunnen.
Zie ook de website van Olaf Koens
15 startups van ex-Google medewerkers
Hoe Humo grapt en graaft, en de lezer blijft happen

Adverteerders die zich terugtrekken. Ook het Vlaamse weekblad Humo heeft er last van. ‘Collateral damage’ noemen ze dat daar. De ongewilde schade die je nu eenmaal maakt in een satirische oorlog. De missie van Humo: lachen om iedereen die het verdient. En dan sneuvelt er weleens een adverteerder, die het doelwit wordt van spot zonder dat zelf komisch te vinden.
Humor in de journalistiek, je haalt je wat op de hals. Boze reclamemakers, dure rechtszaken, brieven van de Kerk. Maar je haalt er ook wat mee in huis: 230.000 vaste lezers, in het geval van Humo. “Als je een groot publiek wil bereiken met serieuze informatie, is humor het beste glijmiddel dat er is”.
Dat zegt Jörgen Oosterwaal, één dag nadat hij is gestopt als hoofdredacteur. Tien jaar lang heeft hij aan het hoofd gestaan van een van de populairste tijdschriften (eigenlijk een tv- gids) van Vlaanderen. Een blad waar in Nederland geen tegenhanger van bestaat, met een ongebruikelijke mix van hoge en lage cultuur, van onderzoeksjournalistiek en melige grappen. Bij Humo gooien ze alles door elkaar. En dat is een succesformule, volgens Oosterwaal.
Leunstoeljournalisten
“Wij geven lezers wat ze willen. Namelijk: informatie over actuele kwesties, maar niet op een uitputtende, bloedserieuze manier. Terwijl dat is wat journalisten vaak doen. Leunstoeljournalistiek vind ik dat. Zelfvoldaan achterover gaan zitten en verwachten dat je lezer zijn best doet om jouw hoogdravende stukken te volgen. En daarbij de gedachte dat je hem opvoedt door hem lekkers te ontzeggen. Door de gedwongen commercialisering die de media de laatste tien jaar hebben ondergaan, is die opvatting gelukkig bijna verdwenen. De lezer krijgt nu vaker het respect dat hij verdient”.
Commercialisering of niet, er valt nog steeds weinig te lachen in de Nederlandstalige journalistiek. Vooral de schrijvende pers doet liever gewichtig dan grappig. Volgens de ex-hoofdredacteur is dat onder meer te wijten aan een gebrek aan talent. Goede humor is een zeldzame deugd, nauwelijks te vinden in Vlaanderen. Niet iedereen schudt zomaar een rake persiflage uit zijn mouw. En dan doe je er verstandiger aan het ook niet te proberen, want niets is zo pijnlijk als een slechte grap. “Toch moet je af en toe een risico durven nemen”, vindt Oosterwaal. “Nieuwe humor heeft soms wat tijd nodig om aan te slaan. Toen ik de strips van Kabouter Wesley voor het eerst op de redactie liet zien, vond niemand ze grappig! Dan moet je even flink despoot zijn”. 
Zelfspot
Een riskante business, die humor. Want waar de ene lezer slap van ligt, daarvoor zegt de ander zijn abonnement op. En aangezien bij Humo geen enkel onderwerp taboe is, balanceren de grappen vaak op het randje. Moslims, incestpapa´s, BV’s (Bekende Vlamingen), iedereen heeft het recht om beledigd te worden, zoals Urbanus zei. “Maar we spotten ook met onszelf”, voegt Guy Mortier daar snel aan toe. Heel consequent, want Mortier is waarschijnlijk geen moslim of incestpapa, maar als boegbeeld van Humo zeker een BV. Hij ruilde zijn zetel van hoofdredacteur weliswaar meer dan tien jaar geleden in voor het krukje van creatief directeur, voor de meeste Vlamingen blijft hij Koning Humo.
Politiek correct ademt niet
Lachende lezers zijn leuk. Maar toch, rechtvaardig je daar al die beledigingen mee? Moet de kwaliteitsjournalistiek daar niet van gruwen? “Met satire kun je zaken geweldig op scherp zetten. Het is een goed instrument om wantoestanden aan te kaarten en politici op hun nummer te zetten”, verdedigt Mortier. “Zo hebben wij rond de dioxinecrisis in België een cover gemaakt die er keihard inhakte. En dat is zeker de taak van de journalistiek. Af en toe heb je behoefte aan journalisten die raak verwoorden wat lezers stiekem denken, zonder de regels van de politieke correctheid te respecteren. Daar ademt iedereen vrijer van”.
Kwetsen voor gevorderden
Behalve de haatmailers en petitietekenaars dan. Want niet iedere Belg lacht luid en ademt weer vrij op dinsdag, als de nieuwe Humo uitkomt. “Ach, sommige groepen zitten gewoon achter hun toetsenbord te wachten op een reden om zich gekrenkt te voelen”, relativeert Mortier. “Na het kleinste grapje komt er een storm op gang. Belachelijk”.
Ook Oosterwaal ligt er niet zo wakker van. “Het zijn niet onze lezers die problemen maken, maar organisaties zoals de katholieke kerk die hun achterban mobiliseren om hun verontwaardiging te uiten. De mensen die onze humor niet waarderen, moeten ons niet lezen”. Dat wil trouwens niet zeggen dat alle kwetsende grappen zomaar kunnen. Alleen als ze écht goed zijn. Flauw en kwetsend gaat niet door de beugel.
Kamagurka in de cel
Echte voorvechters van de vrije pers, die Humo-heren? “Zijn niet alle mediamensen dat?”, kaatst Oosterwaal mijn vraag terug. Als ik vertel over de discussies die in Nederland altijd losbarsten nadat er een cartoonist in de cel belandt, kijkt Oosterwaal me verrast aan. Dus vraag ik hem: “Wat zou u doen als de Belgische Justitie Kamagurka arresteert?” Hij grapt: “Dan zullen we een raid op de gevangenis moeten organiseren om die terug te bevrijden, zeker”. ’t Is duidelijk geen issue hier. En al is 2010 nog maar half voorbij, Freedom House heeft nu al geconcludeerd dat België dit jaar een stuk hoger op de ranglijst staat dan Nederland.
Wie het grootst is, lacht het hardst
Beide ex-hoofdredacteuren lijken ontspannen leiders. En dat komt vast niet alleen door de riante positie op de persvrijheidlijst, maar ook vanwege die op de markt. In het Vlaamse medialandschap is Humo een belangrijke speler. En dat heeft twee handige gevolgen: iedereen die zijn kop in de krant of zijn verhaal gehoord wil hebben, kan niet om Humo heen. Want zoals gezegd vind je ook diepte-interviews en serieuze artikelen in het blad.
Tweede gevolg: iedereen kent de stijl van Humo. Daardoor kan het blad zich provocaties permitteren waar een klein, beginnend blad niet mee weg zou komen. Een les om te onthouden voor elke grapjas die op het punt staat een krantje te lanceren. Tenzij je zo onbetekenend blijft dat je niet eens wordt opgemerkt. Maar dan heb je ook geen adverteerders en rechtszaken te verliezen.
Het ideale klimaat
Als het bij Humo toch eens van een rechtszaak komt, zoals met het Belgische leger vanwege belediging van para’s, dan kom je ’t verst met een hoofdredacteur en directie die het hoofd koel houden. “Natuurlijk ervaar je een enorme druk in zulke gevallen”, zegt Oosterwaal. “Maar de kunst is om niet te verkrampen en je medewerkers met die druk te belasten. Want dat is de doodslag voor humor. Humor is gebaat bij een klimaat van rust, vrijheid en vertrouwen. Mijn taak is om dat klimaat te garanderen. Was, bedoel ik. Nu ga ik andere dingen doen”.
Volg Maria via Twitter: @themariagroot
Zomerreporter 2010 wordt gesponsord door de Mediapraktijk![]()
Twijfel over CO2-opslag als oplossing voor het klimaatprobleem
Google bom: Sarkozy is een “klootzak”
Man maakt al 10 jaar lang elke dag foto van zichzelf [video]
Zorgverzekeraars verdienen ook aan Big Mac
BP geeft miljoenen uit aan Google Adwords per maand
De krant en het digitale tijdperk: nog altijd geen gelukkig huwelijk
Even blijft het stil deze donderdagochtend in het speciaal voor het project Nero vrijgemaakte redactielokaal op de burelen van het Brabants Dagblad in Den Bosch. Ron van der Sterren, oud-internetjournalist bij de VPRO, heeft zojuist aan de deelnemers van het project Nero gevraagd of ze al een onderwerp in hun hoofd hebben dat zich bij uitstek leent voor een crossmediaal journalistiek onderzoeksproject. Maar het enige wat hem ten deel valt, zijn vragende gezichten van zo’n twintig derdejaarsstudenten aan Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) in Tilburg. Een studente merkt op dat ze het nog lastig vindt om grip te krijgen op de onderwerpen die momenteel actueel zijn in Den Bosch. “We zijn ook nog maar net van start gegaan.”
Maandag 30 augustus 2010 klonk het startschot voor Nero, een samenwerkingsproject tussen de FHJ en de regionale kranten Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad. Het doel: alle derdejaarsstudenten journalistiek in drie maanden op een grondige manier kennis laten maken met vormen van crossmediale journalistiek. Dat gebeurt niet op school, maar op de redacties van beide Brabantse dagbladen. Zowel het Brabants Dagblad als het Eindhovens Dagblad hebben op de redacties in respectievelijk Den Bosch en Eindhoven ruimte vrijgemaakt voor twintig derdejaars studenten die daar gezamenlijk crossmediale onderzoeksprojecten moeten opzetten.
Leidraad hierbij is dat de journalistieke inhoud voorop staat, maar dat het nieuws op ieder mogelijk platform (papieren krant, internet) en in verschillende presentatievormen (audio, video, infographic) mag/moet worden aangeboden aan de nieuwsconsument. Om te zorgen dat de producties er visueel en technisch er goed uitzien, zijn ook een aantal Fontys-studenten Internet en Media Design (IMD) betrokken bij het project. Na drie maanden neemt een nieuwe lichting van veertig journalistiekstudenten (twintig in Den Bosch en twintig in Eindhoven) het stokje over. Naast het werken in de praktijk, volgen de studenten ook hoorcolleges op de redactie en wonen ze lezingen bij van sprekers op het gebied van crossmediale journalistiek. De komende periode presenteren onder andere Bart Brouwers en Alexander Pleijter hun visie op de toekomst van de krantenjournalistiek.
“Geen verkapte stage”
In principe is het samenwerkingsverband voor een periode van drie jaar aangegaan. De begeleiding is in handen van FHJ-docenten en voor dit project speciaal vrijgemaakte redacteuren van het Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad. In Eindhoven begeleidt ED-redacteur Fleur Besters de studenten, hetzelfde doet Maarten van den Hurk in Den Bosch. “Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat studenten dit project zien als een verkapte stage”, verklaart Brabants Dagblad-journalist Van den Hurk. “We laten ze geen stukjes schrijven. Als het goed is, hebben ze dat op de FHJ en tijdens hun eerste stage al geleerd. Nero staat voor vernieuwende journalistiek. Studenten moeten met ideeën komen die zich bij voorkeur lenen voor crossmediale vormen van journalistiek. Als dan een goed idee is geboren, kunnen de betrokken studenten in overleg treden met onze vaste redactie hoe elkaar aan te vullen. Het mooie is dat in dit project de vernieuwende kijk op journalistiek van de studenten samenkomt met de jarenlange ervaring van onze journalisten.”
Met de mooie ideeën wil het deze donderdagochtend nog niet zo vlotten. Niet heel gek, gezien de eerste drie dagen voor de studenten vooral in het teken stonden van introductiecolleges en het wegwijs geraken in het nogal eens haperende computersysteem. “De bekende opstartproblemen hé”, zegt Van den Hurk lachend.
Even later, tijdens het college van Van der Sterren over projectmanagment ( ‘een planning is niet de Bijbel, maar wel noodzakelijk’) komt een aantal studenten met het idee een project te starten over straatmuzikanten in het centrum van Den Bosch. De bedoeling is om in de papieren krant een achtergrondverhaal te publiceren over straatmuzikanten in het algemeen. Waar komen ze vandaan, welke soorten muziek spelen ze en hoe kijkt de gemeente Den Bosch aan tegen straatmuzikanten? Het persoonlijke verhaal van enkele straatmuzikanten wordt vervat in enkele radio-interviews die af te spelen zijn op de site van het Brabants Dagblad, evenals reacties van het winkelende publiek. Daarnaast moet een infographic op de site van de Brabantse krant de lezer duidelijk maken waar precies welke straatmuzikant in de stad te vinden is. “Klik je op een poppetje, dan krijg je een foto van de betreffende straatmuzikant in beeld en weet je direct welke soort muziek hij of zij speelt”, vertelt een van de studenten. “Door deze infographic is het mogelijk dat mensen een route kunnen lopen door de stad langs de verschillende straatmuzikanten.”
“Dit idee komt al een aardig eind in de richting”, zegt Van der Sterren. “Graag zie ik dat iedereen mij in de komende dagen een mail stuurt met één of meerdere ideeën voor een onderzoeksproject.” Voor de studenten Marijke en Joris is het na drie dagen Nero nog allemaal erg vaag. “Het is mij nog niet duidelijk waartoe dit project moet leiden”, vindt Joris. “Maar als eenmaal alles loopt, kan ik me voorstellen dat Nero uiteindelijk een nuttige toevoeging is aan de opleiding Journalistiek.” Radiostudent Marijke vindt het vooral vervelend dat haar radioapparatuur er nog niet is. “Wat moet ik tot die tijd doen?” Toch begrijpt ze het initiatief tot dit project. “Papier wordt steeds minder belangrijk. Op de FHJ vertellen ze dat het, met het oog op je journalistieke toekomst, belangrijk is om van verschillende markten thuis te zijn.”
“Wie leest er nou nog een papieren krant?”
Krantstudent Loekman heeft al wel een concreet idee waar hij de komende weken aan wil gaan werken. “In samenwerking met Jongerenwerk Den Bosch wil ik graag een website lanceren, gericht op Bossche jongeren. Het moet een soort platform worden waar jongeren in discussie kunnen gaan over de gebeurtenissen in het nieuws die hen aangrijpen.” Ook Loekman begrijpt de reden dat de FHJ en het Brabants Dagblad/Eindhovens Dagblad Nero zijn gestart. “Wie leest er nu nog een papieren krant? Om te overleven zul je als dagblad wel nieuwe initiatieven moeten ontplooien om lezers aan je te blijven binden. Toch is het jammer dat het zo moet. Ik ben nog een echte romanticus die graag een papieren krant in zijn handen heeft.”
Bovenstaande opmerkingen van enkele studenten geven de achterliggende gedachte die de FHJ, Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad bij het Nero-project hebben goed weer. Hoe zorgen we als krantensector dat in deze sterk veranderde, geïndividualiseerde maatschappij, waarin het medialandschap, met name door het aanbreken van het digitale tijdperk, de laatste twee decennia compleet veranderd is, de krant als nieuwsplatform levensvatbaar blijft? Het is een vraag waar dagbladen al jaren mee worstelen en nog altijd geen passend antwoord op lijken te hebben geformuleerd. Het aantal krantenabonnees daalt nog ieder kwartaal, evenals de inkomsten uit advertenties. Door de komst van internet als bron van een ongebreidelde hoeveelheid, voornamelijk gratis informatie, lijkt in ieder geval een deel van de Nederlandse nieuwsconsumenten van mening dat nieuws gratis is. Net als muziek en games overigens.
“We kunnen als krantensector wel blijven zitten en de ontwikkelingen in de journalistiek aan ons voorbij laten gaan, maar dan weet je sowieso dat je jezelf als sector nog verder in de problemen brengt”, stelt Van den Hurk. “Daarom zijn wij in dit project gesprongen. Voor ons is dit ook een experiment. Maar mochten de ervaringen na een tijdje positief zijn, dan bestaat de mogelijkheid dat ook onze eigen journalisten op deze manier aan de slag gaan.”
“Meer jonge lezers binden”
Adjunct-hoofdredacteur bij het Brabants Dagblad Ton Rooms deelt de mening van Van den Hurk. “De Nederlandse krantenjournalistiek in zijn geheel heeft wellicht iets aan dit project. Mochten de ervaringen met Nero positief zijn, dan kan het maar zo zijn dat in ieder geval het Brabants Dagblad gedeeltelijk overschakelt op deze manier van werken. Daarnaast hebben wij ons als doel gesteld om door dit crossmediale project meer jongere lezers aan ons te binden. Ik snap dat oudere lezers weinig behoefte hebben aan deze manier van journalistiek bedrijven, we krijgen nu zelfs al klachten als we onder een artikel verwijzen naar onze website, maar wij hopen door het aanbieden van nieuws via verschillende platforms (twitter,internet, papieren krant) en in verschillende presentatievormen (audio, video, infographics) jongeren te overtuigen van de meerwaarde van een abonnement op het Brabants Dagblad. Voor de oudere lezers blijft natuurlijk de oude, vertrouwde papieren krant bestaan.”
Maar wil een crossmediale werkwijze de Nederlandse dagbladensector eventueel uit het slop trekken, dan zal de omgang van kranten met het internet drastisch moeten veranderen, zo betoogt de Britse journalist David Randall. De auteur van het journalistieke basiswerk The Universal Journalist gaf afgelopen vrijdag (3 september) in het kader van het Nero-project een lezing over de toekomst van de krantenjournalistiek in bibliotheek De Witte Dame in Eindhoven. Randall stelde tijdens zijn spreekbeurt dat kranten wereldwijd nog altijd niet weten hoe met internet om te gaan. Randall: “Jarenlang is het een goed gebruik geweest van kranten om de gehele inhoud van de papieren krant één op één over te zetten op de website. Gratis en voor niets. Is dit de juiste manier om uiteindelijk meer lezers te trekken? Ik denk het niet. Kranten wereldwijd hebben de afgelopen jaren een poging gedaan tot zelfmoord. Het idee dat je via het internet de productiekosten van de papieren krant en de kosten voor het betalen van vaak dure journalisten terugverdient, is volstrekt belachelijk. Internet is namelijk een democratisch medium. Het heeft lage toegangsgrenzen, waardoor de kosten voor bijvoorbeeld het opzetten van een redelijk professionele nieuwswebsite laag zijn. Dit in tegenstelling tot het starten van je eigen krant. De gedachte bij kranten dat ze via online advertenties bovengenoemde kosten zouden terugverdienen, gaat dus niet op. Door het democratisch gehalte van internet zijn er in een land talloze nieuwswebsites die graag zien dat bedrijven adverteren op hun site. Als krant ben je dus niet de enige die strijdt om de gunsten van het bedrijfsleven. De prijs die je als krantenuitgever nu nog krijgt nadat op een advertentie op je website duizend keer geklikt is, ligt zeer laag in vergelijking met tien jaar geleden. Door op deze manier te werken heeft de krantensector wereldwijd veel abonnees verloren.”
Gratis dagbladen
Randall ziet ook niets in het aanbieden van online krantenabonnementen. “Kijk naar The Times. Deze krant heeft ongeveer 400.000 duizend betalende abonnees voor de papieren krant en slechts twaalf tot vijftienduizend betalende abonnees voor de online versie van de krant. Mensen betalen op internet nou eenmaal niet voor nieuws. Daarnaast is een krant geen medium dat je online leest. Als ik in de trein naar Londen zit, zie ik bijna niemand op zijn iPhone een krant lezen. Bijna iedereen heeft de gratis dagbladen in zijn handen.”
De oplossing voor de moeizame relatie tussen krant en internet is volgens Randall tweeledig. “Allereerst moet je als krant het internet gebruiken waar het ook daadwerkelijk voor bestemd is. Dus zet niet alle verhalen uit de papieren krant gratis op je website voordat de krant daadwerkelijk ’s ochtends in de kiosk ligt. Daarna kunnen geïnteresseerden tegen een klein bedrag een artikel alsnog online lezen. Een krantenwebsite is bij uitstek geschikt om aan het begin van de avond de inhoud van de krant die de volgende ochtend verschijnt te promoten. Wat zijn de top stories en bij welke gebeurtenissen biedt de krant duiding en achtergronden? Tot slot kan het, uit het oogpunt van de binding die lezers met een krant kunnen ontwikkelen, nuttig zijn om discussieplatforms over uiteenlopende onderwerpen te lanceren. Daarnaast moet je als krant in deze tijd niet meer het idee hebben dat je het laatste nieuws verkoopt, op primeurs na. Wat je als krant verkoopt is de kwaliteit van de journalist die het nieuws analyseert, interpreteert en duidt. Dat is in de huidige tijdsspanne de toegevoegde waarde van een papieren krant. Ik ben me er wel van bewust dat het type krant dat ik voorsta, gericht zal zijn op de better educated laag van de bevolking.”
Het Nero-project kan gevolgd worden via de website van het project of via Twitter: @ednero voor Nero Eindhoven en @bdnero voor Nero in Den Bosch.
Docent Bas Timmers (r) geeft deelnemers aan de Eindhovense ‘versie’ van het Nero-project op de eerste dag college op de redactie.




