De les van Erik Dejonghe
Het vluchtig uitgescheurde artikel zat wat verkreukt tussen andere vakantielectuur. De Standaard interviewde eind juli in Mens & Economie Prof. Dr. ir. Erik Dejonghe en dat naar aanleiding van de lancering van de iPad. De man is niet zo heel bekend, maar voor mij is hij onvergetelijk als lesgever ‘nieuwe communicatietechnologieën’, een klein decennium terug aan de UGent (vandaag is hij er nog steeds gastdocent trouwens). Als ik vandaag even terugblik op het curriculum dat ik in de twee licenties (ja zo heette dat in die dagen) communicatiewetenschappen te verteren kreeg, dan moet ik bekennen dat niet zo heel veel cursussen me vandaag nog regelmatig van pas komen. Een vleugje auteursrecht of journalistieke deontologie, dat wel, als iemand me vraagt hoe dat weer zit met zo’n recht van antwoord. Of wat filmgeschiedenis om te merken hoe een reclameregisseur zijn klassiekers kent. Overzichten van het medialandschap uit die tijd zijn intussen dramatisch gedateerd en dat zou je eigenlijk ook verwachten van een vak over nieuwe communicatietechnologie. Niets is minder waar. De voormalige nummer twee van Barco had en heeft namelijk een zeer interessant model dat helpt bij het inschatten van de slaagkansen van new tec.
Het introduceren en eventuele slagen verloopt volgens hem in vier stappen. Nieuwigheden worden sowieso opgepikt door ‘early adopters’, zo’n 5% van het publiek. Na deze ‘irrationele speelvogels’ -zoals Dejonghe deze groep, waartoe hij zelf behoort, omschrijft - komen de rationele volgers. Zij vervangen op basis van rationele elementen hun oude technologie door de nieuwe. Nog eens goed voor 10% van de markt, maar onvoldoende om al van een succes te spreken. Dat komt er pas eens er voldoende kritische massa is opgebouwd en de echte grote doorbraak komt er eens een killer application voor grote groei zorgt. Het model wordt verder uitgediept met een reeks rem- en succesfactoren die een en ander verklaren. De voorbeelden die Erik Dejonghe tien jaar terug gaf zijn vandaag museumstuff: hij verklaarde met het model waarom de CD het wel haalde en de minidisc niet algemeen doorbrak. Waarom Microsoft Word wel en Wordperfect niet de marktleider werd. Of hij vertelde hoe de video pas een echt een succes werd dankzij de killer app die opnemen van televisie was.
Voorspellen met het model is weer andere koek. Zo herinner ik me dat Dejonghe vijf jaar terug zeer sceptisch was over digitale tv. Hij zag niet waar die 10% rationale vervangers zouden worden gevonden. Telenet en Belgacom zagen het duidelijk wel. Desondanks ben ik het model de voorbije tien jaar haast onbewust blijven gebruiken telkens nieuwigheden (of zelfs mediamerken) het licht zagen. Van blogs tot Twitter, van internet 2.0 over de smartphone tot de iPad. “Persoonlijk zie ik de echte brede doorbraak van het tabletconcept bij een concurrerend aanbod van toestellen van 200 tot 250 euro, waarop een open source Android-achtig operating system draait”, zegt hij daarover in De Standaard. Dejonghe heeft goed gekeken naar de evolutie van de smartphones en dat is net de sterkte van het model aan het worden: de voorbije jaren heeft het zoveel technologieën de revue zien passeren, dat de voorspellingen meer accuraat worden. Om maar te zeggen: u ziet Erik Dejonghe de komende jaren nog wel opduiken, en niet enkel in de komkommertijd.
Wouter Temmerman
Penetratie
Al enkele weken liep er een campagne van Studio Brussel rond de festivalenquête. Met een reeks commercials werd aangekondigd dat de festivalradio alle geheimen van de festivalweide zou ontsluieren. Gisteren werden de resultaten wereldkundig gemaakt.
Een enquête communicatief uitspelen is een krachtige manier om een positionering te ondersteunen. Studio Brussel toont hiermee empathie voor zijn doelgroep. De zender laat expliciet blijken dat het interesse heeft in de mening van de festivalganger. Die openheid versterkt de geloofwaardigheid van de propositie. Daarnaast hebben de resultaten op zich blijkbaar een hoge nieuwswaarde. Smeuïge cijfers over seks en onderbroeken worden nu eenmaal goed opgepikt. De fictieve persberichten van Woestijnvis over de bedprestaties van Open VLD'ers en het masturbatiegedrag van Groen!-kiezers waren hier een goed voorbeeld van.
Over de feitelijke relevantie van dergelijk onderzoek kan natuurlijk gediscussieerd worden als we de resultaten van het onderzoek van naderbij bekijken. Wat leren we uit het feit dat bijna de helft van de festivalgangers al eens seks gehad heeft op een festival? Buiten een vaag inzicht over de 'lifetime penetratie' zegt dit cijfer niks. Het feit dat jongeren seks hebben, lijkt me niet wereldschokkend. Het feit dat ze vier dagen per jaar in Werchter vertoeven, betekent dat ze ook daar seks hebben. Een bierfabrikant krijgt toch ook weinig inzicht over de bierconsumptie door te vragen wie er al ooit een pintje gedronken heeft.
The day after
Net zoals in campagne bewees Bart De Wever in dit afsluitende debat zijn meesterschap. Daar waar in de campagne de tegenstanders De Wever nog probeerden te counteren met zijn separatistische motieven, leken ze in dit debat te berusten in de analyse van de N-VA-voorzitter. Dat siert hen omdat de kiezer gekozen heeft. Daarnaast is er volgens mij ook het algemeen besef dat het succes van de N-VA is ingegeven door een duidelijke maatschappelijke onderstroom die hunkert naar verandering. Dit bewijst dat politieke marketing meer is dan slogans, maar enkel succes kan hebben als het gebaseerd is op onderliggende motieven die bij de bevolking leven. Enkel vanuit een degelijke analyse kan gebouwd worden aan een geloofwaardig politiek project, en als gevolg daarvan de campagne.
Enige dissonante klank in het afsluitende debat was Marianne Thyssen. Ze had blijkbaar de overwinning van haar voormalige kartelpartner nog niet verteerd. In tegenstelling tot de andere partijvoorzitters bleef Thyssen vasthangen aan het herhalen van haar campagneargumentatie. CD&V zal de constructiviteit uit hun programma de volgende dagen ook effectief moeten concretiseren, en met een open vizier de initiatieven van De Wever en Di Rupo tegemoet zien.
Als afsluiter een aantal open vragen die me bezighouden na de campagne intensief te hebben gevolgd:
- Waarom hebben andere partijen de N-VA enkel aangevallen op hun communautaire core business?
- Waarom profiteert de Sp.a als oppositiepartij niet beter van de economische crisis?
- Waarom wil Groen! zich linkser profileren dan de Sp.a, terwijl de groene unserved audience meer in het centrum zit?
- Waarom is ondernemerschap niet dominanter uitgespeeld door de Open VLD als positieve remedie tegen de crisis?
- Waarom lanceert Dedecker tijdens de campagne een boek over ecologie?
- Waarom is CD&V de gepercipieerde 3 jaar stilstand hardnekkig blijven verdedigen als “dialoog” en “verantwoordelijkheid nemen”?
Me, my guitar and my business model
Euforie! België heeft zich geplaatst voor de finale van het Eurovisiesongfestival en dat wordt te lande maar vooral in de pers bewierookt als ware het meteen een eindoverwinning. Toegegeven, de Eeklonaar charmeert met zijn eenvoud tussen de traditionele eurokitsch en gezien de historiek van Eurosong-mislukkingen is enige tevredenheid natuurlijk op zijn plaats. De positieve vibe rond Tom Dice is echter niet alleen voor het vaderlandse lied een opsteker. Het is bijvoorbeeld goed nieuws voor de moedige mensen bij de VRT die het aandurfden om de slepende voorselectieshows, toch wel een kijkcijferkanon, af te voeren en te investeren in de voorbereiding van een zelf gekozen kandidaat.
Maar bovenal is de Dice-hype goed nieuws voor Sonic Angel. Dat
project werd enkele weken terug officieel voorgesteld en gelanceerd. De
initiatiefnemers hebben heel goed ingezien dat het traditionele business model
van de muziekindustrie op apengapen ligt. Plaat opnemen, concerten doen en
hopen dat zoveel mogelijk mensen de schijf kopen in de winkel of op iTunes… het
werkt ongetwijfeld nog voor U2 en andere grootheden, maar voor aanstormend
talent is het niet het beste model. Sonic Angel zoekt via nieuwe kanalen -
YouTube, Facebook, MySpace, noem maar op - talent bij elkaar en kijkt voor de
financiering van een album meteen in de richting van de fans. Die kunnen als
het ware participeren in een artiest via de aankoop van goedkope of dure pakketten.
Tom Dice is de eerste bekende exponent van Sonic Angel. Via de site kan je zijn
single kopen (4 euro) of in dit geval meteen ook een album. Dat kost 10 euro en
je deelt in de winst, participeren in de echte zin van het woord dus. Ook voor
10 euro kan je chatten met Oslo, voor 40 euro spreekt Dice een persoonlijke
videoboodschap voor je in, voor 50 euro komen Tom en zijn maten met je
voetballen, voor 850 euro komt hij optreden bij je thuis, enz. Een fraaie mix
van diensten die verder gaat dan een single verkopen en tegelijk mogelijkheden
bieden om in het succes te delen.
Het concept oogt goed en komt uit de brains van Maurice Engelen en Bart Becks. Engelen is de man van Praga Kahn, Becks heeft een indrukwekkend parcours in de media business achter de kiezen: CEO van Belgacom Skynet, senior vice president new media bij ProSiebenSat.1 in Duitsland en een kort verblijf bij onze social mediatrots Netlog. Dat net Dice hun eerste uithangbord is, betekent een risico. Een zoveelste Eurosong-misser had hun project geen deugd gedaan, maar de goede prestaties in Oslo zetten het project van Engelen en Becks meteen in the picture. Het verbaast me niet. Thierry Van Zeebroeck, de enthousiaste patron van de VRT-regie Var, vertelde me ooit dat hij in zijn lange carrière twee superintelligente snaken de media business had zien instappen. De eerste: Christian Van Thillo, genoegzaam bekend. De tweede: Bart Becks. Becks en Engelen hebben zeer complementaire gaven en net daarom zal de keuze van Tom Dice heel doordacht zijn geweest. Eurosong hoeft hij zelfs niet te winnen. Zijn belang voor de muziekindustrie gaat nu al verder dan het overleven van een halve finale.
Gepost door Wouter TemmermanKlassieke retail en digitalisering
De lente is traditioneel een periode waarin menig bureau, tijdschrift of vakorganisatie van seminarie wil doen en dus stond de agenda de voorbije weken behoorlijk vol met interessante sprekers en events. De voorbije week bestond het Gondola, het IAB en de GRP zelfs om allen 6 mei uit te kiezen om hun ding te doen. Een week eerder haalden de mensen van Nascom zoals al verteld Joseph Jaffe naar ons land en daags nadien deed markee hetzelfde met de Brit Charlie Osmond. Beide voorzagen tevens in een mooi gevuld pallet aan sprekers om zo een (halve) dagprogramma te vullen. De rode draad die ik de voorbije weken aantrof bij de sprekers die ik meepikte, was conversatie. Met de klant, met de consument, met iedereen die dat verdient. Gespekt met voorbeelden of cases, waarbij me opviel dat retail meer dan eens in de spotlight kwam. Zo stelde Douglas Smith (HolyTornado!) op Marketing Innovation de klassieke retail in vraag vanuit de opkomst van e-commerce en refereerde Fons Van Dyck op het event van Gondola zeer fel aan de evolutie van Delhaize, Colruyt en uiteraard Carrefour. Meermaals dook de vraag op hoe retailers zich vandaag moeten positioneren in het almaar digitalere landschap en vaak bleek dat ze dat nog te weinig doen. Maar een heel goed voorstel, ook al was het niet rechtstreeks gesuggereerd voor de retailers, vond ik bij Koen Denolf, patron van markee. Hij had het zeer gefundeerd over brand uitilities: diensten die merken aan consumenten aanbieden. Denk maar aan het oervoorbeeld Nike+: een systeem dat lopers helpt bij het organiseren en verbeteren van hun training. Sterke branding, sterke community building ook. Retailers zouden dat ook moeten kunnen, maar doen het nog te weinig. Customer relations vinden sporadisch de weg naar interactiviteit, maar echt doorbraakvoorbeelden zijn er niet in ons land. “Wat zouden Apple en Colruyt mekaar te vertellen hebben, mocht je ze vandaag samen aan tafel zetten. Weinig wellicht”, quote Fons Van Dyck. Jammer is dat, want van diensten als Collectandgo en Delhaize Caddy Home is het maar een kleine stap naar digitale brand utilities. Een iPhone App waar je de hele week boodschappen op invult en doorstuurt, lijken allesbehalve science fiction. Met een doelgroep van gezinnen met tweeverdieners die weinig tijd hebben, is de behoefte bestaand. Wie zet de eerste stap?
Gepost door Wouter Temmerman


