aboutMARKETING



Hoe Humo grapt en graaft, en de lezer blijft happen

De Nieuwe Reporter - 7 uren 11 min geleden

zomerreporter2010a

Adverteerders die zich terugtrekken. Ook het Vlaamse weekblad Humo heeft er last van. ‘Collateral damage’ noemen ze dat daar. De ongewilde schade die je nu eenmaal maakt in een satirische oorlog. De missie van Humo: lachen om iedereen die het verdient. En dan sneuvelt er weleens een adverteerder, die het doelwit wordt van spot zonder dat zelf komisch te vinden.
Humor in de journalistiek, je haalt je wat op de hals. Boze reclamemakers, dure rechtszaken, brieven van de Kerk. Maar je haalt er ook wat mee in huis: 230.000 vaste lezers, in het geval van Humo. “Als je een groot publiek wil bereiken met serieuze informatie, is humor het beste glijmiddel dat er is”.
Dat zegt Jörgen Oosterwaal, één dag nadat hij is gestopt als hoofdredacteur. Tien jaar lang heeft hij aan het hoofd gestaan van een van de populairste tijdschriften (eigenlijk een tv- gids) van Vlaanderen. Een blad waar in Nederland geen tegenhanger van bestaat, met een ongebruikelijke mix van hoge en lage cultuur, van onderzoeksjournalistiek en melige grappen. Bij Humo gooien ze alles door elkaar. En dat is een succesformule, volgens Oosterwaal.

Leunstoeljournalisten

“Wij geven lezers wat ze willen. Namelijk: informatie over actuele kwesties, maar niet op een uitputtende, bloedserieuze manier. Terwijl dat is wat journalisten vaak doen. Leunstoeljournalistiek vind ik dat. Zelfvoldaan achterover gaan zitten en verwachten dat je lezer zijn best doet om jouw hoogdravende stukken te volgen. En daarbij de gedachte dat je hem opvoedt door hem lekkers te ontzeggen. Door de gedwongen commercialisering die de media de laatste tien jaar hebben ondergaan, is die opvatting gelukkig bijna verdwenen. De lezer krijgt nu vaker het respect dat hij verdient”.

Commercialisering of niet, er valt nog steeds weinig te lachen in de Nederlandstalige journalistiek. Vooral de schrijvende pers doet liever gewichtig dan grappig. Volgens de ex-hoofdredacteur is dat onder meer te wijten aan een gebrek aan talent. Goede humor is een zeldzame deugd, nauwelijks te vinden in Vlaanderen. Niet iedereen schudt zomaar een rake persiflage uit zijn mouw. En dan doe je er verstandiger aan het ook niet te proberen, want niets is zo pijnlijk als een slechte grap. “Toch moet je af en toe een risico durven nemen”, vindt Oosterwaal. “Nieuwe humor heeft soms wat tijd nodig om aan te slaan. Toen ik de strips van Kabouter Wesley voor het eerst op de redactie liet zien, vond niemand ze grappig! Dan moet je even flink despoot zijn”. zomerreporter-humor

Zelfspot

Een riskante business, die humor. Want waar de ene lezer slap van ligt, daarvoor zegt de ander zijn abonnement op. En aangezien bij Humo geen enkel onderwerp taboe is, balanceren de grappen vaak op het randje. Moslims, incestpapa´s, BV’s (Bekende Vlamingen), iedereen heeft het recht om beledigd te worden, zoals Urbanus zei. “Maar we spotten ook met onszelf”, voegt Guy Mortier daar snel aan toe. Heel consequent, want Mortier is waarschijnlijk geen moslim of incestpapa, maar als boegbeeld van Humo zeker een BV. Hij ruilde zijn zetel van hoofdredacteur weliswaar meer dan tien jaar geleden in voor het krukje van creatief directeur, voor de meeste Vlamingen blijft hij Koning Humo.

Politiek correct ademt niet

Lachende lezers zijn leuk. Maar toch, rechtvaardig je daar al die beledigingen mee? Moet de kwaliteitsjournalistiek daar niet van gruwen? “Met satire kun je zaken geweldig op scherp zetten. Het is een goed instrument om wantoestanden aan te kaarten en politici op hun nummer te zetten”, verdedigt Mortier. “Zo hebben wij rond de dioxinecrisis in België een cover gemaakt die er keihard inhakte. En dat is zeker de taak van de journalistiek. Af en toe heb je behoefte aan journalisten die raak verwoorden wat lezers stiekem denken, zonder de regels van de politieke correctheid te respecteren. Daar ademt iedereen vrijer van”.

Kwetsen voor gevorderden

Behalve de haatmailers en petitietekenaars dan. Want niet iedere Belg lacht luid en ademt weer vrij op dinsdag, als de nieuwe Humo uitkomt. “Ach, sommige groepen zitten gewoon achter hun toetsenbord te wachten op een reden om zich gekrenkt te voelen”, relativeert Mortier. “Na het kleinste grapje komt er een storm op gang. Belachelijk”.

Ook Oosterwaal ligt er niet zo wakker van. “Het zijn niet onze lezers die problemen maken, maar organisaties zoals de katholieke kerk die hun achterban mobiliseren om hun verontwaardiging te uiten. De mensen die onze humor niet waarderen, moeten ons niet lezen”. Dat wil trouwens niet zeggen dat alle kwetsende grappen zomaar kunnen. Alleen als ze écht goed zijn. Flauw en kwetsend gaat niet door de beugel.

Kamagurka in de cel

Echte voorvechters van de vrije pers, die Humo-heren? “Zijn niet alle mediamensen dat?”, kaatst Oosterwaal mijn vraag terug. Als ik vertel over de discussies die in Nederland altijd losbarsten nadat er een cartoonist in de cel belandt, kijkt Oosterwaal me verrast aan. Dus vraag ik hem: “Wat zou u doen als de Belgische Justitie Kamagurka arresteert?” Hij grapt: “Dan zullen we een raid op de gevangenis moeten organiseren om die terug te bevrijden, zeker”. ’t Is duidelijk geen issue hier. En al is 2010 nog maar half voorbij, Freedom House heeft nu al geconcludeerd dat België dit jaar een stuk hoger op de ranglijst staat dan Nederland.

Wie het grootst is, lacht het hardst

Beide ex-hoofdredacteuren lijken ontspannen leiders. En dat komt vast niet alleen door de riante positie op de persvrijheidlijst, maar ook vanwege die op de markt. In het Vlaamse medialandschap is Humo een belangrijke speler. En dat heeft twee handige gevolgen: iedereen die zijn kop in de krant of zijn verhaal gehoord wil hebben, kan niet om Humo heen. Want zoals gezegd vind je ook diepte-interviews en serieuze artikelen in het blad.

Tweede gevolg: iedereen kent de stijl van Humo. Daardoor kan het blad zich provocaties permitteren waar een klein, beginnend blad niet mee weg zou komen. Een les om te onthouden voor elke grapjas die op het punt staat een krantje te lanceren. Tenzij je zo onbetekenend blijft dat je niet eens wordt opgemerkt. Maar dan heb je ook geen adverteerders en rechtszaken te verliezen.

Het ideale klimaat

Als het bij Humo toch eens van een rechtszaak komt, zoals met het Belgische leger vanwege belediging van para’s, dan kom je ’t verst met een hoofdredacteur en directie die het hoofd koel houden. “Natuurlijk ervaar je een enorme druk in zulke gevallen”, zegt Oosterwaal. “Maar de kunst is om niet te verkrampen en je medewerkers met die druk te belasten. Want dat is de doodslag voor humor. Humor is gebaat bij een klimaat van rust, vrijheid en vertrouwen. Mijn taak is om dat klimaat te garanderen. Was, bedoel ik. Nu ga ik andere dingen doen”.

Volg Maria via Twitter: @themariagroot

Zomerreporter 2010 wordt gesponsord door de Mediapraktijkmediapraktijk

Categorieën: achtergrond, journalistiek

De krant en het digitale tijdperk: nog altijd geen gelukkig huwelijk

De Nieuwe Reporter - ma, 06/09/2010 - 07:00

logoEven blijft het stil deze donderdagochtend in het speciaal voor het project Nero vrijgemaakte redactielokaal op de burelen van het Brabants Dagblad in Den Bosch. Ron van der Sterren, oud-internetjournalist bij de VPRO, heeft zojuist aan de deelnemers van het project Nero gevraagd of ze al een onderwerp in hun hoofd hebben dat zich bij uitstek leent voor een crossmediaal journalistiek onderzoeksproject. Maar het enige wat hem ten deel valt, zijn vragende gezichten van zo’n twintig derdejaarsstudenten aan Fontys Hogeschool Journalistiek (FHJ) in Tilburg. Een studente merkt op dat ze het nog lastig vindt om grip te krijgen op de onderwerpen die momenteel actueel zijn in Den Bosch. “We zijn ook nog maar net van start gegaan.”

Maandag 30 augustus 2010 klonk het startschot voor Nero, een samenwerkingsproject tussen de FHJ en de regionale kranten Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad. Het doel: alle derdejaarsstudenten journalistiek in drie maanden op een grondige manier kennis laten maken met vormen van crossmediale journalistiek. Dat gebeurt niet op school, maar op de redacties van beide Brabantse dagbladen. Zowel het Brabants Dagblad als het Eindhovens Dagblad hebben op de redacties in respectievelijk Den Bosch en Eindhoven ruimte vrijgemaakt voor twintig derdejaars studenten die daar gezamenlijk crossmediale onderzoeksprojecten moeten opzetten.

Leidraad hierbij is dat de journalistieke inhoud voorop staat, maar dat het nieuws op ieder mogelijk platform (papieren krant, internet) en in verschillende presentatievormen (audio, video, infographic) mag/moet worden aangeboden aan de nieuwsconsument. Om te zorgen dat de producties er visueel en technisch er goed uitzien, zijn ook een aantal Fontys-studenten Internet en Media Design (IMD) betrokken bij het project. Na drie maanden neemt een nieuwe lichting van veertig journalistiekstudenten (twintig in Den Bosch en twintig in Eindhoven) het stokje over. Naast het werken in de praktijk, volgen de studenten ook hoorcolleges op de redactie en wonen ze lezingen bij van sprekers op het gebied van crossmediale journalistiek. De komende periode presenteren onder andere Bart Brouwers en Alexander Pleijter hun visie op de toekomst van de krantenjournalistiek.

“Geen verkapte stage”
In principe is het samenwerkingsverband voor een periode van drie jaar aangegaan. De begeleiding is in handen van FHJ-docenten en voor dit project speciaal vrijgemaakte redacteuren van het Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad. In Eindhoven begeleidt ED-redacteur Fleur Besters de studenten, hetzelfde doet Maarten van den Hurk in Den Bosch. “Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat studenten dit project zien als een verkapte stage”, verklaart Brabants Dagblad-journalist Van den Hurk. “We laten ze geen stukjes schrijven. Als het goed is, hebben ze dat op de FHJ en tijdens hun eerste stage al geleerd. Nero staat voor vernieuwende journalistiek. Studenten moeten met ideeën komen die zich bij voorkeur lenen voor crossmediale vormen van journalistiek. Als dan een goed idee is geboren, kunnen de betrokken studenten in overleg treden met onze vaste redactie hoe elkaar aan te vullen. Het mooie is dat in dit project de vernieuwende kijk op journalistiek van de studenten samenkomt met de jarenlange ervaring van onze journalisten.”

Met de mooie ideeën wil het deze donderdagochtend nog niet zo vlotten. Niet heel gek, gezien de eerste drie dagen voor de studenten vooral in het teken stonden van introductiecolleges en het wegwijs geraken in het nogal eens haperende computersysteem. “De bekende opstartproblemen hé”, zegt Van den Hurk lachend.

Even later, tijdens het college van Van der Sterren over projectmanagment ( ‘een planning is niet de Bijbel, maar wel noodzakelijk’) komt een aantal studenten met het idee een project te starten over straatmuzikanten in het centrum van Den Bosch. De bedoeling is om in de papieren krant een achtergrondverhaal te publiceren over straatmuzikanten in het algemeen. Waar komen ze vandaan, welke soorten muziek spelen ze en hoe kijkt de gemeente Den Bosch aan tegen straatmuzikanten? Het persoonlijke verhaal van enkele straatmuzikanten wordt vervat in enkele radio-interviews die af te spelen zijn op de site van het Brabants Dagblad, evenals reacties van het winkelende publiek. Daarnaast moet een infographic op de site van de Brabantse krant de lezer duidelijk maken waar precies welke straatmuzikant in de stad te vinden is. “Klik je op een poppetje, dan krijg je een foto van de betreffende straatmuzikant in beeld en weet je direct welke soort muziek hij of zij speelt”, vertelt een van de studenten. “Door deze infographic is het mogelijk dat mensen een route kunnen lopen door de stad langs de verschillende straatmuzikanten.”

“Dit idee komt al een aardig eind in de richting”, zegt Van der Sterren. “Graag zie ik dat iedereen mij in de komende dagen een mail stuurt met één of meerdere ideeën voor een onderzoeksproject.” Voor de studenten Marijke en Joris is het na drie dagen Nero nog allemaal erg vaag. “Het is mij nog niet duidelijk waartoe dit project moet leiden”, vindt Joris. “Maar als eenmaal alles loopt, kan ik me voorstellen dat Nero uiteindelijk een nuttige toevoeging is aan de opleiding Journalistiek.” Radiostudent Marijke vindt het vooral vervelend dat haar radioapparatuur er nog niet is. “Wat moet ik tot die tijd doen?” Toch begrijpt ze het initiatief tot dit project. “Papier wordt steeds minder belangrijk. Op de FHJ vertellen ze dat het, met het oog op je journalistieke toekomst, belangrijk is om van verschillende markten thuis te zijn.”

“Wie leest er nou nog een papieren krant?”
Krantstudent Loekman heeft al wel een concreet idee waar hij de komende weken aan wil gaan werken. “In samenwerking met Jongerenwerk Den Bosch wil ik graag een website lanceren, gericht op Bossche jongeren. Het moet een soort platform worden waar jongeren in discussie kunnen gaan over de gebeurtenissen in het nieuws die hen aangrijpen.” Ook Loekman begrijpt de reden dat de FHJ en het Brabants Dagblad/Eindhovens Dagblad Nero zijn gestart. “Wie leest er nu nog een papieren krant? Om te overleven zul je als dagblad wel nieuwe initiatieven moeten ontplooien om lezers aan je te blijven binden. Toch is het jammer dat het zo moet. Ik ben nog een echte romanticus die graag een papieren krant in zijn handen heeft.”

Bovenstaande opmerkingen van enkele studenten geven de achterliggende gedachte die de FHJ, Brabants Dagblad en Eindhovens Dagblad bij het Nero-project hebben goed weer. Hoe zorgen we als krantensector dat in deze sterk veranderde, geïndividualiseerde maatschappij, waarin het medialandschap, met name door het aanbreken van het digitale tijdperk, de laatste twee decennia compleet veranderd is, de krant als nieuwsplatform levensvatbaar blijft? Het is een vraag waar dagbladen al jaren mee worstelen en nog altijd geen passend antwoord op lijken te hebben geformuleerd. Het aantal krantenabonnees daalt nog ieder kwartaal, evenals de inkomsten uit advertenties. Door de komst van internet als bron van een ongebreidelde hoeveelheid, voornamelijk gratis informatie, lijkt in ieder geval een deel van de Nederlandse nieuwsconsumenten van mening dat nieuws gratis is. Net als muziek en games overigens.

“We kunnen als krantensector wel blijven zitten en de ontwikkelingen in de journalistiek aan ons voorbij laten gaan, maar dan weet je sowieso dat je jezelf als sector nog verder in de problemen brengt”, stelt Van den Hurk. “Daarom zijn wij in dit project gesprongen. Voor ons is dit ook een experiment. Maar mochten de ervaringen na een tijdje positief zijn, dan bestaat de mogelijkheid dat ook onze eigen journalisten op deze manier aan de slag gaan.”

“Meer jonge lezers binden”
Adjunct-hoofdredacteur bij het Brabants Dagblad Ton Rooms deelt de mening van Van den Hurk. “De Nederlandse krantenjournalistiek in zijn geheel heeft wellicht iets aan dit project. Mochten de ervaringen met Nero positief zijn, dan kan het maar zo zijn dat in ieder geval het Brabants Dagblad gedeeltelijk overschakelt op deze manier van werken. Daarnaast hebben wij ons als doel gesteld om door dit crossmediale project meer jongere lezers aan ons te binden. Ik snap dat oudere lezers weinig behoefte hebben aan deze manier van journalistiek bedrijven, we krijgen nu zelfs al klachten als we onder een artikel verwijzen naar onze website, maar wij hopen door het aanbieden van nieuws via verschillende platforms (twitter,internet, papieren krant) en in verschillende presentatievormen (audio, video, infographics) jongeren te overtuigen van de meerwaarde van een abonnement op het Brabants Dagblad. Voor de oudere lezers blijft natuurlijk de oude, vertrouwde papieren krant bestaan.”

Maar wil een crossmediale werkwijze de Nederlandse dagbladensector eventueel uit het slop trekken, dan zal de omgang van kranten met het internet drastisch moeten veranderen, zo betoogt de Britse journalist David Randall. De auteur van het journalistieke basiswerk The Universal Journalist gaf afgelopen vrijdag (3 september) in het kader van het Nero-project een lezing over de toekomst van de krantenjournalistiek in bibliotheek De Witte Dame in Eindhoven. Randall stelde tijdens zijn spreekbeurt dat kranten wereldwijd nog altijd niet weten hoe met internet om te gaan. Randall: “Jarenlang is het een goed gebruik geweest van kranten om de gehele inhoud van de papieren krant één op één over te zetten op de website. Gratis en voor niets. Is dit de juiste manier om uiteindelijk meer lezers te trekken? Ik denk het niet. Kranten wereldwijd hebben de afgelopen jaren een poging gedaan tot zelfmoord. Het idee dat je via het internet de productiekosten van de papieren krant en de kosten voor het betalen van vaak dure journalisten terugverdient, is volstrekt belachelijk. Internet is namelijk een democratisch medium. Het heeft lage toegangsgrenzen, waardoor de kosten voor bijvoorbeeld het opzetten van een redelijk professionele nieuwswebsite laag zijn. Dit in tegenstelling tot het starten van je eigen krant. De gedachte bij kranten dat ze via online advertenties bovengenoemde kosten zouden terugverdienen, gaat dus niet op. Door het democratisch gehalte van internet zijn er in een land talloze nieuwswebsites die graag zien dat bedrijven adverteren op hun site. Als krant ben je dus niet de enige die strijdt om de gunsten van het bedrijfsleven. De prijs die je als krantenuitgever nu nog krijgt nadat op een advertentie op je website duizend keer geklikt is, ligt zeer laag in vergelijking met tien jaar geleden. Door op deze manier te werken heeft de krantensector wereldwijd veel abonnees verloren.”

Gratis dagbladen
Randall ziet ook niets in het aanbieden van online krantenabonnementen. “Kijk naar The Times. Deze krant heeft ongeveer 400.000 duizend betalende abonnees voor de papieren krant en slechts twaalf tot vijftienduizend betalende abonnees voor de online versie van de krant. Mensen betalen op internet nou eenmaal niet voor nieuws. Daarnaast is een krant geen medium dat je online leest. Als ik in de trein naar Londen zit, zie ik bijna niemand op zijn iPhone een krant lezen. Bijna iedereen heeft de gratis dagbladen in zijn handen.”

De oplossing voor de moeizame relatie tussen krant en internet is volgens Randall tweeledig. “Allereerst moet je als krant het internet gebruiken waar het ook daadwerkelijk voor bestemd is. Dus zet niet alle verhalen uit de papieren krant gratis op je website voordat de krant daadwerkelijk ’s ochtends in de kiosk ligt. Daarna kunnen geïnteresseerden tegen een klein bedrag een artikel alsnog online lezen. Een krantenwebsite is bij uitstek geschikt om aan het begin van de avond de inhoud van de krant die de volgende ochtend verschijnt te promoten. Wat zijn de top stories en bij welke gebeurtenissen biedt de krant duiding en achtergronden? Tot slot kan het, uit het oogpunt van de binding die lezers met een krant kunnen ontwikkelen, nuttig zijn om discussieplatforms over uiteenlopende onderwerpen te lanceren. Daarnaast moet je als krant in deze tijd niet meer het idee hebben dat je het laatste nieuws verkoopt, op primeurs na. Wat je als krant verkoopt is de kwaliteit van de journalist die het nieuws analyseert, interpreteert en duidt. Dat is in de huidige tijdsspanne de toegevoegde waarde van een papieren krant. Ik ben me er wel van bewust dat het type krant dat ik voorsta, gericht zal zijn op de better educated laag van de bevolking.”

Het Nero-project kan gevolgd worden via de website van het project of via Twitter: @ednero voor Nero Eindhoven en @bdnero voor Nero in Den Bosch.

IMG_0010

Docent Bas Timmers (r) geeft deelnemers aan de Eindhovense ‘versie’ van het Nero-project op de eerste dag college op de redactie.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

NoW-gate ontrolt zich

De Nieuwe Reporter - zo, 05/09/2010 - 21:18

nowLangzaam wordt duidelijk dat de ‘hack attack’ van de Britse tabloid News of the World wel eens grotere gevolgen kan hebben dan aanvankelijk gedacht. Vijf jaar geleden ontdekte de Britse koninkllijke familie dat er vreemde dingen gebeurden met hun mobiele telefoons. Ingesproken berichten gaven aan al eens opgeroepen te zijn, terwijl prins Harry en zijn broer William de voicemails nog niet hadden beluisterd. Een onderzoek van Scotland Yard leidde naar royalty-reporter Clive Goodman van News of the World en diens hulp, privé-detective Glenn Mulcaire. De twee hadden de pincodes achterhaald van mobiele telefoons van leden van het koninklijk huis en van honderden andere BB’ers (Bekende Britten). De volgende vraag was klassiek (Watergate): handelde Goodman op eigen houtje of wist de (hoofd)redactie van News of the World ervan af. De krant beweerde het eerste. Maar interviews met ex-redacteuren lijken nu eerder te duiden op het laatste. Bovendien lijkt de werkwijze ook door andere tabloids te zijn toegepast. Enkele beroemdheden die afgeluisterd zijn eisen inmiddels miljoenen ponden van News of the World. De New York Times zet in een artikel de hele kwestie nog eens op een rij in een acht internetpagina’s tellend overzicht.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Piano: betalen via een lintje

De Nieuwe Reporter - za, 04/09/2010 - 21:25

dollars-and-piano-1Overal in de wereld breken bedrijven zich het hoofd over een slim betaalsysteem voor het internet. Een van de ‘nieuwkomers’ is het betaalsysteem ‘Piano’, dat volgens een artikel op de website Journalism.co.uk vooral gericht is op mediaconsumenten. Piano is momenteel nog in de testfase, maar moet in januari in centraal Europa van start gaan. Initiatiefnemer is Tomáš Bella, voormalig hoofdredacteur van de website sme.sk in Slovenië. Het ‘geheim’ van Piano is een digitaal lintje. Bezoekers aan websites betalen slechts eenmaal per maand een bedrag aan een website die deelneemt aan de Piano-betaling. Dat bedrag geeft toegang tot alle sites die zich bij de betaling hebben aangesloten. Een lintje bovenin de webpagina (dat van kleur kan veranderen) geeft de bezoeker aan of hij op een site met betaling is of niet. Voorwaarde voor het systeem is dat een flink aantal bedrijven zich bij Piano aansluit. Pianomedia, het bedrijf dat het nieuwe betaalsysteem in de markt zet, heeft wel al een webpagina, maar veel toelichting is er vooralsnog niet te lezen.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Monique van Dusseldorp over 3D-tv

De Nieuwe Reporter - do, 02/09/2010 - 09:29

Productiebedrijf Feller Media maakt sinds kort wekelijks een webtv-nieuwsvideo voor klanten onder de naam ‘Practice what you preach’. In deze tweede aflevering een interview met MInique van Dusseldorp, projectleider bij 3DNL het stimuleringsplatform voor 3D film en videotoepassingen in Nederland.

Bovenstaande video is eerder gepubliceerd op de website van Feller Media.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

De troonopvolgers van Kapuscinski

De Nieuwe Reporter - di, 31/08/2010 - 02:35

zomerreporter2010a

Tijdens mijn opleiding journalistiek heb ik vooral dit geleerd over taal: hoe minder, hoe beter. Weg met de opsmuk, kom tot de kern.  Alle dramatiek en poëzie waarmee ik vertrouwd was als jonge brievenschrijver, bleken niets waard te zijn in de journalistiek.  In dit vak laat je je niet meeslepen door de taal, maar domineer je haar.

In Polen doen ze niet zo moeilijk over de verleidingen van het woord. Want als de Poolse journalistiek ergens in uitblinkt is het wel in de literaire reportage, een genre dat danst op het koord tussen literatuur en journalistiek.  Ryszard Kapuscinksi (1932-2007) spant absoluut de kroon, als koning van het vak. Maar hij had een reeks troonopvolgers, die op hun beurt weer voorbeeld zijn voor de nieuwste generatie Poolse reporters. Wat hebben ze toch met elkaar, Polen en de literaire reportage?

Sovjets

Ze hadden het kunnen weten, vooral die sovjets met kinderen: onderdrukking werkt averechts. Volgens kenners kwam de literaire reportage namelijk tot bloei door de belemmering van de vrije pers tijdens het communisme. Om de censoren te slim af te zijn ontwikkelden schrijvers literaire spitsvondigheden. Een spel met de mogelijkheden van de taal om met belangrijke verhalen toch door de censuur heen te komen.

De beroemde Poolse reporter Mariusz Szczygiel (1966) schrijft daarover op zijn blog: “De reportages uit die tijd zaten vol symboliek en verwijzingen. Omdat je niet mocht vertellen wat je in de spiegel zag, beschreef je wat je in de scherven van de spiegel zag. Omdat je niet over het systeem als geheel mocht schrijven, berichtte je over individuele personen. En lezers begrepen dat ze tussen de regels door moesten lezen, om de dubbele betekenis te doorgronden.”

Menselijke feiten

Het is de kern van de literaire reportage: de focus op de mens. Of hij zich nou in een oorlog of achterbuurt bevindt, zijn ervaringen staan centraal. Want juist persoonlijke verhalen geven een helder inzicht in situaties, systemen, plekken. Zoals een treffend detail meer zegt dan een uitvoerige beschrijving. Een goede reportage overstijgt het navertellen van gebeurtenissen. Ze respecteert de feiten, maar brengt ze met verbeeldingskracht.

En daarbij helpt de literatuur, met haar creativiteit en verhalende vermogens.  Het journalistieke taalgebruik schiet tekort om die lading mee te geven, zeggen veel Poolse reporters. Kapuscinski, die internationaal bekend werd met zijn boeken (de Sjah aller Sjahs, Lapidarium) en zelf journalist was, vertelde in 2001 in een interview op de Amerikaanse televisie dat de journalistieke taal hem te arm en te oppervlakkig was om de kleurrijke volheid van de werkelijkheid te beschrijven. Daar had hij de literatuur voor nodig. zomerreporter-originaliteit

De betere bijlage

Dat het genre springlevend bleef in Polen, ook nadat de communistische censoren waren opgestapt, was verrassend. Met de hernieuwde vrijheid om te berichten waarover je wilde, zou je verwachten dat ook de verslaggeving zelf directer werd en zijn gelaagdheid verloor. Dat het niet die kant op ging, heeft volgens  literatuurkenners vooral te maken met de komst van één krant, Gazeta Wyborcza.

Vanaf 1991 publiceerde dit dagblad, dat inmiddels de tweede grootste van het land is, de wekelijkse bijlage Duzy Format: 40 pagina’s volledig gewijd aan reportages. Zo’n beetje alle belangrijke Poolse reporters kregen via het supplement een podium aangeboden: Wojciech Jagielski, Jacek Hugo-Bader, Mariusz Szczygiel, Wojciech Tochman, Pawel Gozlinski. Twintig jaar later ligt de bijlage op donderdag nog steeds in de kiosk, maar in een flink afgeslankte versie.


Instytut Reportazu

Tijd voor een impuls, vonden de oprichters van het spiksplinternieuwe Instytut Reportazu in Warschau. “Met de krimpende budgetten is de stimulans uit de krantenhoek aan het afnemen. Een goede reportage schrijven vreet geld en tijd en daar ontbreekt het kranten aan.  Onze traditie staat onder druk!,” roept Joanna Czudec, directrice van het privé instituut. Ze moet haar stem verheffen om boven de boormachines en hamerslagen uit te komen. Over twee weken is de officiële opening en moet de halflege ruimte waarin ze staat, de boekwinkel van het instituut zijn.

Toch zijn de eerste lessen al geleerd. Twintig Poolse studenten werden de afgelopen maanden persoonlijk begeleid door hun grote voorbeelden. “Leren schrijven kun je overal, maar wij hebben de beste docenten,” lacht Czudec trots terwijl ze een indrukwekkende lijst namen opsomt, waaronder Hanna Krall, een Poolse sterjournalist. Met elkaar hopen ze een nieuwe generatie journalisten warm te maken om zich te specialiseren in de reportage.

Toewijding

Het is bijna een anachronisme,  een carrière als literair reporter in 2010. Het staat haaks op de trend om informatie zo snel mogelijk te verzamelen en door te spelen. De reportage heeft juist tijd nodig om te rijpen. Het vergaren van materiaal kan maanden in beslag nemen, het onderzoek vraagt om toewijding en doorzettingsvermogen. Wojciech Tochman, een Poolse journalist (die onder meer het in het Nederlands vertaalde Dochtertje schreef) zegt over het werkproces: “Je moet tot aan je nek in je onderwerp duiken, het opsnuiven en proeven.” Kapuscinski staat daarom bekend: hij zoog zijn onderwerp tot in de laatste druppel in zich op.

Het moet gezegd: Kapuscinski’s heilige naam heeft dit jaar een deuk opgelopen. In het voorjaar kwam een biografie uit waaruit bleek dat de Poolse held niet tot aan zijn nek, maar tot over zijn oren in zijn onderwerp dook. Hij liet zich af en toe zo meeslepen door zijn literaire verbeeldingskracht, dat hij dingen verzon die niet echt waren gebeurd. Zoals toen hij schreef dat de vissen in het Victoriameer zo gegroeid waren doordat ze de slachtoffers van Idi Amin’s regime hadden opgevroten, die in het meer waren gegooid. Een mooie metafoor, maar feitelijk onzin.

Aandikken: oké of taboe?

De verschijning van de biografie lokte de afgelopen maanden heftige discussies uit, vooral in Polen en de Engelstalige pers.  De kernvraag die daarin steeds terugkeert is: waar ligt de scheidslijn tussen journalistiek en literatuur? Tussen feit en fictie? Mag een reporter feiten aandikken en meerdere bestaande personen laten samensmelten in één protagonist? Of moet hij zich strikt aan de werkelijkheid houden?

Biograaf Artur Domoslawski  zegt daarover in een boeiend interview met The New York Times: “Zodra de journalistiek de grens oversteekt naar de literatuur, betaalt ze een grote prijs: het verlies van haar geloofwaardigheid.” Al heeft hij een enorme waardering voor Kapuscinski, volgens de biograaf ging de schrijver soms te ver, omdat zijn boeken werden verkocht als journalistiek. Onder een ander label was het geen probleem geweest.

Een felle verdediger van de literaire vrijheid die Kapuscinski zichzelf toestond, komt uit de filmwereld. Werner Herzog, de grote Duitse regisseur, zegt in een interview met Slate vrij vertaald: “Alle discussies die ik nu hoor, zijn saai en onzinnig. Kapuscinski was een groot verhalenverteller. Hij intensiveerde de waarheid door zijn verbeelding te gebruiken. Door er fictieve elementen aan toe te voegen, bood hij juist een dieper inzicht in de waarheid.”

Poolse trots

Ondanks meningsverschillen en kritiek, blijft Kapuscinski voor de meeste Polen een naam waar ze trots op zijn. Hij was de leermeester voor een lange rij beginnende en ervaren reporters die hem zijn opgevolgd. Door dit inspirerende nationale voorbeeld en de inspanningen van kranten, docenten en organisaties om dit journalistieke genre steeds opnieuw leven in te blazen, staat Polen al jaren aan de Europese top van de literaire reportage.

Volg Maria via Twitter: @themariagroot

Zomerreporter 2010 wordt gesponsord door de Mediapraktijkmediapraktijk

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Evan Hansen en Zach Wise komen naar Nederland

De Nieuwe Reporter - di, 31/08/2010 - 02:12

logo-RMatB

Evan Hansen, hoofdredacteur van Wired.com, en Zach Wise, multimedia producer van The New York Times, zijn de keynote gastsprekers tijdens Rethinking Media at the Beach. Het derde evenement van Dutch Media Professionals vindt plaats op vrijdag 10 september in beachclub Vroeger op het strand van Bloemendaal aan Zee. Evan Hansen, baas van het online zusje van techmagazine Wired (onlangs in het nieuws vanwege het iPad-succes), zorgde ervoor dat het maandelijkse online verkeer van Wired verviervoudigde naar tien miljoen bezoekers.

Het thema van de bijeenkomst is ’storytelling’. “Verhalen vertellen is nog steeds de basis van alle media,” aldus de organisatoren. “De digitalisering en fragmentatie van media vragen om nieuwe manieren van verhalen vertellen, zowel door mediaprofessionals als adverteerders. Er zijn meer kanalen, meer tools, meer stemmen en er is minder tijd om alle verhalen te consumeren. Hoe kunnen we blogs, iPads en mobiel internet verenigen met de aloude kunst van het vertellen?”

Belangstellenden kunnen zich hier aanmelden.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Kick Zandbergen over Google en YouTube

De Nieuwe Reporter - ma, 30/08/2010 - 07:00

Productiebedrijf Feller Media maakt sinds kort wekelijks een webtv-nieuwsvideo voor klanten onder de naam ‘Practice what you preach’. In de eerste aflevering een interview met Kick Zandbergen, head of syndication bij YouTube en Google in de Benelux. Een gesprek over de toekomst van mobiele internettoepassingen, vakmatige irritaties, inspiratie, en toekomstdromen.

Bovenstaande video is eerder gepubliceerd op de website van Feller Media.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

De val van de Britse regio-kranten

De Nieuwe Reporter - zo, 29/08/2010 - 17:59

downward_chart_man_holding_head 441 KBNeem de Wolverhampton Express & Star, een krant met een reputatie in regionale journalistiek. Twintig jaar geleden verkocht dat Britse dagblad nog 238.557 exemplaren op een doorsnee dag. Nu, in 2010, zijn er daar nog 122.161 van over. De oplage is bijna gehalveerd. En het treurige is dat de Wolverhampton Express & Star een van de beter presterende Britse regio-kranten is. Wat te denken van buurman Birmingham Mail. Die krant had twee decennia geleden nog een dagelijkse oplage van 223.715 kranten. Nu staat de teller op een treurige 51.353 per dag. De blog Organgrinder van The Guardian stuitte op een lijstje met dagblad-oplagen van twintig jaar geleden. Het lijstje illustreert hoe snel het bergafwaarts is gegaan met het Britse regionale dagblad. De Liverpool Daily Post deed het daarbij het beroerdst: het verloor 88 procent van de oplage.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

“Concurrentie en internet maakten NOS sterker”

De Nieuwe Reporter - vr, 27/08/2010 - 00:12

jandejong“Je ziet eerder dat internet de positie heeft versterkt in de vorm van de innovatie die ermee aangejaagd is. Het nieuws is zo veel sneller geworden in een 24-uurs organisatie die nu alle media bedient. Zonder internet hadden we wellicht nog een aparte tv- en radioredactie gehad die gericht was op de uitzendtijdstippen.”

Dat het snelle nieuws van het net de positie van het NOS Journaal niet heeft aangetast heeft Jan de Jong het meest verbaasd, sprekend over de periode 2000-2010.

Jan de Jong (43) is sinds 1 mei algemeen directeur van de NOS als opvolger van Gerard Dielessen, die in de bijna zeven jaar dat hij de baas was de grote vernieuwingsslag van de NOS heeft geleid. Jan de Jong deed politicologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en werkt sinds 1993 bij de NOS, onder meer als Hoofd marketing en communicatie, rechten en sales. Jan de Jong is ook verbonden aan de League of Experience van Michael van Praag, met mensen uit de sportwereld als Guus Hiddink en Kees Jansma.

Wellicht het beste dat de NOS in het afgelopen decennium overkwam was de komst van tv-zender Tien van Talpa die eind 2004 de voetbalrechten van de Eredivisie wist te winnen voor het daaropvolgende seizoen. Pas toen werd de enorme verbondenheid van de voetbalkijkers met ‘het bord op schoot’ met Studio Sport in het bijzonder, en daarmee met de publieke omroep in het algemeen, zo manifest. Het commercieel uitbaten door Talpa ging het publiek te ver.

Geen wonder dat Jan de Jong, nu directeur van de omroep NOS, ‘het komen en gaan van Talpa’ noemt, terugblikkend op de afgelopen tien jaar, zonder overigens over het bovenstaande verder uit te weiden. Wel noemt hij de overgang van het Thuisnetmodel naar het Programmeermodel in september 2006, maar bovenal de ontdekking van internet in Hilversum: “Internet heeft de wereld op zijn kop gezet.”

Vernieuwing is onderdeel van de kern van de NOS geworden, ook op andere terreinen. De Jong: “Ook wat betreft vormgeving in de studio’s bijvoorbeeld. Tien jaar geleden zat je te kijken en dacht je, bij wijze van spreken, jongens doe het licht eens aan. Dat is enorm verbeterd.”

Het flitsende karakter van de NOS-programma’s heeft volgens De Jong ook de jongeren weer getrokken: “We hebben een heel andere uitstraling gekregen, van een traditionele, saaie organisatie naar een omroep die veel wordt geprezen, ook voor de prestaties op internet. Bij de sterkste merken staan we nu op vijf.”

IJzersterk merk
Dat is juist, voor 2010 staat de NOS na sterkste merken Google, Microsoft, Ikea en Efteling op nummer 5. (Meest curieus is Discovery Channel op nummer 6, vóór Marktplaats, Bol.com, Senseo en Coca-Cola, terwijl RTL, SBS, Tros of Vara niet in de top-10 staan, maar dat terzijde.) Maker van het lijstje Young & Rubicam zegt dat de NOS steeg van 19 naar 5 vanwege de prestaties op internet, ook mobiel. Het merk blijft staan voor ‘vertrouwen en intelligentie’ en is ‘oprecht’ en ‘geniet aanzien’. En, merken de merkdeskundigen op, dat komt misschien wel juist doordat er zo zoveel nieuwskanalen bijgekomen zijn. De NOS als baken van betrouwbaarheid.

De BrandAsset Valuator staat online waarbij overigens moet worden opgemerkt dat we de onderzoeksmethode en totstandkoming niet hebben gecontroleerd. Maar deze positie zegt in elk geval veel over de NOS die, tot grote irritatie van haar Nieuws-chef, juist door icoon GeenStijl, inmiddels collega met PowNed, als voortdurend manipulerende ’staatsomroep’ werd weggezet.

Als hoogtepunten van het afgelopen decennium noemt De Jong uitzendingen van de verkiezingsuitslagen, calamiteiten en grote sportevenementen als de Olympische Spelen (zomer en winter) en de wereldkampioenschappen voetbal in 2002, 2006 en 2010. “Bij de echte grote programma’s, waarbij we hier alles uit de kast moeten en kunnen halen, dan tonen we dat we het kloppend hart van de publieke omroep zijn. Het overgrote deel van de top-50 best bekeken programma’s komt van de NOS.”

Dat is vooral te danken aan sportwedstrijden, die inmiddels zo enorm vercommercialiseerd zijn dat je je afvraagt of de publieke omroep daar nog een verlengstuk van moet blijven voor de distributie naar de huiskamers. De Jong: “Nee, sport hoort bij de publieke omroep. Je bereikt er veel jongeren en laagopgeleiden mee. En ze blijven hangen bij de publieke omroep. Zo wordt bijvoorbeeld ook het NOS Journaal zondag beter bekeken omdat er sport omheen wordt getoond. Sport is een breed gedragen en maatschappelijk belangrijk verschijnsel.”

Bovendien, zo weet De Jong, staat een RTL niet te trappelen om bijvoorbeeld een WK Voetbal uit te zenden: “Dat zou zwaar verlieslijdend zijn gezien de hoge productiekosten, de complexiteit van het evenement en de onzekerheid of Oranje wel meedoet. Bovendien, en dat telt voor een commerciële zender zwaar, zijn de reclamebestedingen in de zomerperiode een stuk minder.”

NOS kost een schijntje
De beschuldiging dat sport de publieke omroep zo duur maakt, wil De Jong nog wel eens bestrijden. Het bedrag aan sportrechten bedraagt 35 miljoen euro per jaar, op een begroting van de NOS van 120 miljoen euro per jaar. “De hele NOS kost per huishouden 1,50 euro per maand, minder dan de prijs van één losse krant.”

In plaats van politici die steeds roepen dat de publieke omroep zo duur is, kun je kijkers wellicht eens vragen of ze die 1,50 euro per maand te veel vinden. In de breedte gaat het om 900 miljoen euro per jaar, inclusief programma’s voor de kleintjes die je dan mag meetellen bij het delen van dat bedrag: dan kost de publieke omroep 53 euro per jaar per kijker ofwel 125 euro per gemiddeld gezin met twee kinderen.

De NOS ging al terug van een budget van 150 naar 120 miljoen euro, wat De Jong als dieptepunt noemt van het afgelopen decennium. Dit vergde het schrappen in sportrechten als de uit- en thuiswedstrijden van Oranje, de KNVB-beker, Uefa-cup, Engelse, Spaanse en Italiaanse voetbalsamenvattingen, motorsport, Formule 1 en Wimbledon. De Jong: “En we zijn veel efficiënter gaan werken. De NOS heeft nauwelijks overhead en staffuncties.”

De vraag is eerder of er geen geld bij mag voor innovatie. Bij de NOS werken vier man op de afdeling nieuwe media tegen een veelvoud bijvoorbeeld bij BBC News. Bovendien vraagt De Jong zich af hoe de NOS kan meedoen met de grote evenementen die Nederland hierheen wil halen als een WK Judo: “De ARD was 9 miljoen euro kwijt aan de productie van het WK Atletiek in Berlijn. Dat zouden we niet kunnen betalen. Dat is het hele productiebudget van NOS Studio Sport in het jaar! Om nog niet te spreken van een mogelijk WK voetbal in 2018.”

Met de op handen zijnde bezuiniging moet de NOS waarschijnlijk meer sportrechten laten lopen, want een evenredige verdeling van de pijn kan niet meer op efficiency worden afgewenteld. Of de nogal grote nieuwsredactie van de NOS moet krimpen, wat ook ten koste van de inhoud kan gaan.

De Jong ziet het komende decennium echter goede mogelijkheden om het Nederlandse volk te betrekken bij het vergaren van nieuws, ondanks dat initiatieven voor ‘burgernieuws’ tot nu toe mislukten: “Je kunt de kennis bij bronnen efficiënter inzetten, bijvoorbeeld voor dossiervorming. Bij grote gebeurtenissen denk ik vooral aan beeld, mensen zijn altijd eerder met camera’s bij rampen dan de NOS.”

Maar de kern van de toekomstvisie ligt, behalve bij het gewoon doorgaan met kwalitatief hoogstaande journalistieke programma’s, op de ‘twee-schermenstrategie’: “Meer en meer mensen zitten straks met een grote of kleine computer op de bank voor de achtergronden en cijfers, net als met mobieltjes al op bescheiden schaal gebeurt.”

Nu.nl is groter op dat tweede scherm, als je de pc nu zo mag noemen, en groeit met video. De Jong: “Nu.nl doet het fantastisch, maar de hoge cijfers komen voor een belangrijk deel uit categorieën als amusement die de NOS niet biedt. Maar ik zie ze in onze kern, sport en journalistiek nieuws, niet als bedreigend voor onze positie, ook niet met de toename van video.”

Gaat de NOS ook in roddel? “Zeker op internet is dat wel belangrijk, dus we kunnen eens nadenken over meer en andere categorieën, haha, maar aan de andere kant wordt daar al in voorzien door meerdere commerciële partijen en is de vraag gerechtvaardigd of we dat dan ook moeten willen.”

Bovenstaand vraaggesprek werd gemaakt voor en was eerder te lezen op de website van IMMovator in aanloop naar het Cross Media Café.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Blogpolderaar Pfauth schrijft aanstekelijk eerste boek

De Nieuwe Reporter - do, 26/08/2010 - 02:24

Sex-Blog-499x778

Boris Veldhuijzen van Zanten was de eerste spreker, dinsdag 24 augustus tijdens de presentatie van Sex, Blogs & Rock-’n-Roll, het eerste boek van de jonge blogger Ernst-Jan Pfauth (24). Daarna volgden Mette te Velde en Ikenna Azuike van Strawberry Earth, ‘een platform voor creatieve mensen van over de hele wereld die iets positiefs willen doen voor ons leefmilieu’. De laatste man achter het katheder was Justus Bruns, een student industrieel ontwerpen in Delft die van Times Square in New York een Art Square wil maken.

Het leek een round-up of the usual suspects, de feestelijke happening in brasserie annex arthouse bioscoop Studio K in de hippe Indische buurt in Amsterdam-Oost. Ook het publiek bestond overwegend uit jonge webfanaten, die hun helden op het podium, Pfauth voorop, begeleidden met enthousiast gejoel en applaus. Maar opmerkelijker waren de prominente toehoorders uit de sector inkt-aan-dooie-bomen-smeren: Hans Nijenhuis, de nieuwe directeur-uitgever van NRC Handelsblad en nrc.next, Jan Paul van der Wijk, chef Vormgeving van die kranten en Raymond van den Boogaard, chef Kunst van ‘NRC Classic’.

Romantisch bestaan

Hun aanwezigheid was bepaald geen toeval. Pfauth wist Nijenhuis, toen nog hoofdredacteur van nrc.next, in 2007 te strikken voor een interview voor zijn persoonlijke blog Spotlight Effect. Nijenhuis was zo te spreken over het resultaat, dat hij Pfauth in januari 2009 een vaste baan aanbood om het jonge next ‘smoel’ te komen geven op het internet. Die moest wel even nadenken. Zijn blog had hem innige contacten opgeleverd met beroemde journalisten, bloggers en internetondernemers in binnen- en buitenland. Hij maakte opwindende reizen naar New York, Boedapest, Hamburg, Beijing en Sjanghai. De mail waarin Nijenhuis hem vroeg, las hij in een internetcafé in de Nepalese hoofdstad Kathmandu – ook daar werd druk geblogd, zo bleek. Moest hij dat romantische bestaan opgeven? Nijenhuis hield hem voor dat zelfs de best gemaakte blogs meestal ‘relatief klein’ blijven. ‘Waarom niet een keer je naam verbinden aan een groot merk? Dan kun je na een jaar zeggen: die succesvolle nieuwsblog heb ik opgezet.’ Daar viel Pfauth voor. Ruim anderhalf jaar later werkt hij nog steeds voor nrc.next, en dat zal hij voorlopig ook wel blijven doen.

Onder zijn bezielende leiding is nrc.next op het web een heel andere weg ingeslagen dan de Volkskrant, de NRC-concurrent die minstens zo hard aan de weg timmert op het internet. VKBlog is een vrije arena voor de lezers van die ochtendkrant. Die maken daar dankbaar gebruik van, met alle gevolgen vandien. De eerste jaren kwam de internetredactie van de Volkskrant handen en voeten tekort om het gescheld en getier te scheiden van de zinnige bijdragen. De knopen die de blogbeheerders daarbij moesten doorhakken, leidden onvermijdelijk tot nieuw gescheld en getier, en tot heftige discussies binnen de redactie. Sommige redacteuren die zelf een blog bijhielden, zoals columnist Bert Wagendorp, gaven er spoedig de brui aan. Ze waren het zat zoveel tijd te moeten spenderen aan het reageren op geraaskal. De moeizame pacificatie van VKBlog heeft de verdere groei en bloei van die vrijhaven overigens niet in de weg gestaan.

Een nieuwsblog, inderdaad

Toch pakte Pfauth het anders aan. nrc.next>blog, zoals zijn creatie heet, wordt veel meer gestuurd door de professionele journalisten van de twee NRC-titels. Zij schrijven lang niet alle stukken zelf. Maar hun hand is ook zichtbaar in de selectie en redactie van de bijdragen van lezers en deskundigen van buiten de krant. Als SP-leider Emile Roemer vanaf zijn vakantie-adres een stok in het wiel van de kabinetsformatie steekt door een coalitie te bepleiten van PvdA, CDA, SP en GroenLinks, vat Pfauth het voorpaginabericht van NRC Classic kort samen, gevolgd door een kleine enquête: vinden zijn lezers dat een goed idee van Roemer? De meeste stukjes eindigen met zo’n zin: ‘Wat vind jij?’ of ‘Heeft u betere ideeën?’. Zoek de lezer op en stimuleer hem te reageren en eigen informatie aan te dragen: het is een van de hoofdregels van het bloggen, zoals Pfauth die definieert in zijn boek. Goed gerunde blogs kunnen triviale én grote onderwerpen razendsnel doen uitdijen tot een wereldwijde en invloedrijke inktvlek. Het is een macht en een kracht waar printmedia slechts van kunnen dromen.

In de papieren krant interviewt filmcriticus Coen van Zwol de grote sterren van het witte doek. Op het next-blog zet hij een vooraankondiging van speelfilms over het leven van de overnight billionaires achter Facebook en Google. Pfauth plukt berichtjes van het web als over Steve Sauer, een Amerikaan die de woningnood voor bescheiden inkomens wil bestrijden met mini-appartementjes, compleet met een fraaie interieurfoto van zijn eigen woninkje. Maar nrc.next>blog schrijft ook veel over ‘zware’ onderwerpen als de Europese Unie, en of Turkije daar wel of geen lid van moet worden. De snelle interactie tussen redacteuren en lezers leidde onlangs tot een groot verhaal, op het blog en in de papieren next, over de vele manieren waarop valt te frauderen met de OV-chipkaart, een primeur die landelijke aandacht trok. Waar VKBlog een platform is voor de opinies en persoonlijke besognes van lezers – ‘100 woorden met een foto’ – maakt Pfauth samen met de ‘papieren’ NRC-redacteuren een echt nieuwsblog, inderdaad. Het resultaat van een vruchtbare kruisbestuiving tussen het speelse, geestige en oorspronkelijke van het web, en de harde informatie en doorwrochte analyses uit de hoek van de traditionele journalistiek.

Witte pakken

Pfauth heeft er wel een flinke veer voor moeten laten. In zijn boek vertelt hij prachtige verhalen over zijn avonturen in de wondere wereld van het web. In een internetcafé ‘in de Kalverstraat van Boedapest’, dat wordt gedreven door twee kakelende oude vrouwtjes en hun ruziënde kleinkinderen, tikt hij op een pc uit het Pleistoceen van de computer stukjes voor zijn blog over wat hij ziet en wat hem verbaast in Hongarije. Anderhalf jaar werkt hij voor Boris Veldhuijzen van Zanten, die internetconferenties organiseert onder de naam The Next Web. Samen maken ze soortgelijke congressen in de VS onveilig. Internetbedrijven huren daar stands voor duizenden dollars, maar Boris heeft een beter idee. Ze trekken helwitte pakken aan, waarop de congresdeelnemers met zwarte viltstiften hun coördinaten mogen kalken. De gimmick genereert veel meer publiciteit dan de peperdure stands. De ‘speech’ van Veldhuijzen tijdens de boekpresentatie in Studio K bestond uit een eindeloze slide show van Ernst-Jan en Boris in hun witte pakken, poserend met aan iedere arm een mooie Amerikaanse meid.

Het is een geweldig avontuur dat het verdiende verteld te worden. Net als hoe Pfauth zijn blogs wist op te stoten in de vaart der volkeren. Dat begon in 2006 met wat je zou kunnen omschrijven als een afgedwongen toevalstreffer. Pfauth zit als ‘klapvee’ op de publieke tribune bij een aflevering van Pauw & Witteman, waarin de beide presentatoren premier Balkenende nogal vals op de hak nemen. Na afloop realiseert hij zich pas buiten op straat dat hij zijn jas is vergeten. Hij keert terug naar de studio en is daar getuige van een ruzietje tussen Witteman, Balkenende en diens spindoctor Jack de Vries. Pfauth legt het tafereel vast met zijn mobiele telefoon en zet het filmpje op zijn blog, dat vervolgens landelijke aandacht trekt.

Ontdekkingstocht

Het lijkt de stijl van GeenStijl, maar het is niet de stiel van Ernst-Jan Pfauth. Drie jaar later aanvaardt hij een betrekking bij een papieren krant. Hij gaat op ontdekkingstocht in het dooie-bomenbos, in plaats van het te boycotten en beschimpen, zoals de meeste bloggers doen. Het resultaat van dat nieuwe avontuur is een mooie symbiose tussen oude en nieuwe media, tussen de jonge honden van het web en de cynische, maar vakbekwame journalisten van de oude stempel.

Pfauth is een polderaar onder de bloggers. Dat is vooral wat hem zo bijzonder maakt, en zijn boek zo aanstekelijk.

Ernst-Jan Pfauth: Sex, Blogs & Rock-’n-Roll. Thomas Rap, Amsterdam. 206 pagina’s. Prijs 13,90 euro. ISBN 978 90 6005 997 5

Spotlight Effect, het eerste blog van Ernst-Jan Pfauth, is inmiddels een webmagazine over modern carrière maken: ‘Doe gewoon wat je leuk vindt.’ Naast zijn werk voor nrc.next houdt Pfauth al jaren een eigen blog bij. In het Engels en in het Nederlands.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

“De Letten hebben nooit kritisch naar het kapitalisme gekeken”

De Nieuwe Reporter - di, 24/08/2010 - 11:30

zomerreporter2010a

Onze Zomerreporter vliegt, vaart, rijdt en wandelt door Europa op zoek naar verhalen over creativiteit in de journalistiek. De vijfde stop is Letland.

Letland heeft niet één hoofdstad, maar drie. Eén voor kromme aardappelrooiers, één voor werkloze Russen en één voor poserende toeristen. Zo lijkt het althans, als je Riga doorkruist. Niet alleen de mensen, ook de bouwstijlen geven je dat gevoel. Houten huizen in het westen, communistisch beton in het oosten en opgepoetste art nouveau in het historische centrum.

Net zoals de hoofdstad kent de recente geschiedenis van Letland scherpe overgangen. Van Sovjet-bewind naar “Baltische tijger”, gevolgd door een diepe economische crisis. De Letse regisseur Ivars Seleckis legde die eerste fases vast in twee prachtige documentaires: Crossroad Street (1988) en New times at Crossroad Street (1999). De eerste werd destijds uitgeroepen als “Best documentary of the year” door de European Film Academy.

In beide films volgt Seleckis het dagelijks leven van een tiental bewoners van een kleine straat aan de rand van Riga. De mensen en de straat blijven zoals ze zijn, alleen de historische context verandert drastisch. Dit voorjaar zijn de opnames gestart voor een derde deel: Capitalism at Crossroad Street. Dezelfde mensen, dezelfde straat, maar nu tegen de achtergond van de economische crisis. Een gesprek met regisseur Seleckis, inmiddels 76 jaar, en scriptschrijver Margevics. Locatie: Crossroad Street!

Waarom wilden jullie de bewoners van Crossroad Street in beeld brengen, twintig jaar geleden en nu weer?

Margevics: “Zoals deze straat zijn er talloze in Letland, hij is niet speciaal. Juist daarom vertegenwoordigt hij het land zo goed. Crossroad Street kun je vergelijken met de handpalm van Letland, waarin alle lijnen van het lot getekend zijn. Hier zie je door welke periodes het land gaat, en hoe dat voor de bevolking is. We wilden dat leven vastleggen, het beschermen tegen de vergetelheid, want we voelden hoe snel het land veranderde. Omdat ik hier zelf ben opgegroeid en de mensen ken, was het gemakkelijker om ze te benaderen dan wanneer het vreemden waren geweest. Het kostte alsnog veel tijd om hun vertrouwen te winnen. Tijdens de opnamejaren woonden we hier zelf ook, om dichter bij de bewoners te komen. De Letten hebben een gesloten karakter, zeker als ze het moeilijk hebben”. zomerreporter-idealisme

De volgende documentaire heet Capitalism at Crossroad Street. Dat klinkt cynisch, de Letse kredietwaardigheid kreeg vorig jaar de ‘junk status’.

Margevics: “Ironisch, zou ik zeggen. Al onze documentaires hebben een zacht-ironische toon. Dat is kenmerkend voor onze stijl,  vooral voor de voice over. Het leven is soms hard en komisch tegelijkertijd, dat moet je in de documentaires terugzien. Veel bewoners hebben hier nooit kritisch naar de komst van het kapitalisme gekeken. Na het socialisme zagen ze alleen de goede kanten: democratie, open grenzen en welvaart. En nu laat het kapitalisme zijn ware smoel zien en zitten we met de gebakken peren. Met deze documentaire willen we de bewoners en het publiek bewuster maken van  wat er in ons land gebeurt, zodat we op een dieper niveau kunnen nadenken over onze toekomst”.

Wat merken de bewoners van de crisis?

Seleckis: “Het leven is momenteel hard voor ze. De meeste bewoners kunnen nog net rondkomen, maar de vraag is of dat ook lukt na januari 2011. Onder druk van het IMF (dat samen met de EU 7,5 miljard euro aan Letland heeft  geleend) kondigde de Letse regering aan de belastingen voor grond- en huisbezit vanaf januari te vertwintigvoudigen! Het IMF ligt er natuurlijk niet wakker van dat daardoor mensen uit hun huisje in Crossroad Street zullen worden gezet”. Margevics: “Het verhaal van Daiga, iemand die we al vanaf de eerste documentaire volgen, is tekenend voor deze periode. Ze werkte jarenlang bij een grote bank, totdat ze drie maanden geleden ontslagen werd. Het lukt haar niet om ander werk te vinden en ze raakt langzamerhand in een depressie”.

Tien jaar geleden was alles beter?

Margevics: “Sommigen waren rijker. Een van de buren verdiende goed geld als manager bij een bouwbedrijf. Nu is hij failliet. We hebben laatst opnames gemaakt van zijn jacuzzi, toen die met een hijskraan uit zijn achtertuin werd getakeld. De twee auto’s had hij al verkocht. Maar de buren zien hem nu weer als gelijke, vijf jaar geleden waren ze jaloers en roddelden over hem. Toen we de tweede documentaire opnamen, in 1999, waren de Letten erg met zichzelf bezig. Nadat ze hun huizen hadden teruggekregen van de staat, was iedereen druk met het opbouwen van een eigen domein. Iedereen zette een hek om zijn tuin en daarover ontstonden burenruzies. Ook al zijn de mensen nu weer arm zoals vroeger, ze voelen zich ook opnieuw verbonden met elkaar, zoals in de Sovjet-tijd. Met een gemeenschappelijke vijand om tegen te vechten”.

Hadden jullie twintig jaar geleden al plannen om een vervolg te maken?

Seleckis: “Nee, dat idee kwam pas later. We hadden in het begin geen grote ambities, we wilden gewoon vastleggen hoe het leven er hier uitzag. Niemand had in het begin vertrouwen in onze documentaire. Toen de directeur van onze filmstudio op een dag langskwam in Crossroad Street om te kijken wat we filmden, riep hij uit: ‘Er is hier niets! Geen actie, geen verhaal. Dit wordt een katastrofe!’ En hij vertrok. Zelfs toen de documentaire af was, kwam er maar één persoon naar de presentatie kijken”. Seleckis en Margevics lachen uitbundig om de herinnering.

Hoe hielden jullie toch vertrouwen in jullie werk?

Seleckis: “We wisten dat je ook een verhaal kunt vertellen zonder actie. Ons verhaal komt tot stand door de persoonlijkheden van de bewoners, niet door grote gebeurtenissen. De uitdaging van cinema is om te zoeken naar metaforen. De kunst is om details te vinden die betekenis hebben, zodat er een verhaal kan onstaan dat groter is dan zichzelf.  Dat lukte ons waarschijnlijk”.

Daarom  viel de eerste film internationaal in de prijzen?

“Ja, we waren er in geslaagd een film te maken waarin mensen zich universeel konden herkennen. Al hadden we er totaal niet op gerekend, hoor. Ook de bewoners waren stomverbaasd. Ze begonnen meteen geld in te zamelen voor een vervolg! Maar het verhaal was verteld en we moesten ze vragen om tien jaar te wachten. En daarna weer tien jaar!”

Volg Maria via Twitter: @themariagroot

Zomerreporter 2010 wordt gesponsord door de Mediapraktijkmediapraktijk

Categorieën: achtergrond, journalistiek

De E, de I en de U

De Nieuwe Reporter - ma, 23/08/2010 - 07:00

3D-logoDe journalistieke spullenkraam raakt de laatste tijd aardig gevuld. Pers en omroep werden eerst verblijd met de komst van de e-types: e-papers, e-Readers, emails. Ruim voordat de juiste inzet daarvan kon worden doorgrond kwam de i in de maand: iPods, iLiads, iPhones en nu dan de tabletPC die onze kant op komt in de gedaante van de iPad. Maar die weelde aan digitale transportmiddelen wordt maar mondjesmaat vertaald in effectievere media-uitingen. Want al dat moderne mediagereedschap is behalve meer vooral ook anders: het vraagt om een nieuwe manier van uitdrukken, kent een andere definitie van inhoud en dicteert een veel actievere relatie met de afnemer. Tom Poes, denkt nu het mediamanagement, verzin een list! In de praktijk betekent dit veelal het aantrekken van creatief talent dat enthousiast aan de slag gaat met de versverworven technologie en zich stort op het ontwerpen van sites, formats en apps (vroeger toepassingen geheten). En dan: lanceren op hoop van zegen. Die zegen rust duidelijk niet op veel van de gepleegde vernieuwingen. Het gros van deze proeven van innovatie verdween, verdwijnt nog steeds stil naar de achtergrond, verdampt, kwakkelt wat door, rendeert niet, kortom draagt maar moeizaam bij aan het journalistieke totaalproduct.

Voor een deel zullen we moeten vertrouwen op de heilzame werking van tijd en groeiend inzicht in de logica van digitale communicatie en de wetten van het internet. Voor een ander, belangrijk deel echter kan slimmer worden geïnnoveerd als van meet af aan een rol wordt toegekend aan de ‘u’ als sleutelletter: u, als consument van al dat elektronische strooigoed. U, als ultieme maatstaf. Want wat er ook allemaal op de kop gaat, de sleutel tot succes ligt onveranderlijk bij de gebruikers en eigenlijk veel minder bij de makers van innovatieve mediaproducten. Wij, als publiek, moeten er de lol van inzien, er waarde aan toekennen, er toe gerekend willen worden, ervoor willen betalen. Alleen dan wordt het wat.

Binnen het 3D-Lab is die les geleerd en wordt expliciet ruimte gemaakt voor gebruikersgerichte innovatie, ter ondersteuning van allerlei media-initiatieven. Op dit moment is een aantal projecten in opdracht van zowel klassieke titels als nieuwe media in uitvoering. Hier een overzicht van de werkzaamheden.

Opinie per iPad
Weekblad Elsevier gaat zijn magazine dit najaar ook mobiel elektronisch beschikbaar maken. Softwarebedrijf IceMobile heeft al een iPhone-app ontwikkeld en sleutelt nu aan de (veel ambitieuzere) iPad-variant. Het 3D-Lab gaat onderzoeken hoe de Elsevier-lezer deze nieuwe dienst apprecieert en tevens of met deze publicatievorm ook nieuwe lezers te werven zijn. Ook de redactie zal moeten puzzelen: andere artikelen, hogere frequentie, nieuw type bijdragen?

Het levende archief
In samenwerking met het online jongerenmagazine VersPers wordt nu een prototype ontwikkeld waarin lezers op een innovatieve, gepersonaliseerde manier achtergrondinformatie over een zelfgekozen thema aangeboden krijgen, op een visueel aantrekkelijke manier. Er is voor de netgebruiker met een gerichte belangstelling veel te vinden online, maar het betekent wel eindeloos zoeken, combineren, linken en opslaan; dat kan beter.

Van krant naar community
De Media Groep Limburg (MGL), onderdeel van het Britse concern Mecom, onderzoekt momenteel de vormgeving, redactionele vulling en commerciële potentie van een aantal online communities, hyperlokaal en thematisch. De interessegebieden waarmee men start (later komen er meer) zijn ‘economie’, ‘zorg’ en ‘mode’. Op den duur zullen deze producten de rol van de gedrukte krant voor een deel over moeten nemen. Het 3D-Lab test de reacties van een aantal proeflezers. Ook zal bij jongeren – niet krantenlezers worden gepeild of ze geïnteresseerd zijn in op deze wijze gepresenteerde regio-informatie.

Commercie en redactie
De opzet van dit innovatieproject, gelanceerd door start-up Seriousources, is om op sites van meewerkende partijen (bedrijven, organisaties) naast commerciële boodschappen ook onafhankelijke, journalistieke kwaliteitscontent aan te bieden. De commerciële partijen (maar ook de non-profit sector, zoals overheden of ‘goede doelen’) betalen per klik aan de aanbieder van die kwaliteitscontent. 3D onderzoekt of gebruikers ook de kwaliteitscontent zullen lezen, met welke motieven en hoe ze reageren op deze ongebruikelijke combi. De eigenaren van Seriousources zijn zelf aan de slag met de vraag of uitgevers bereid zullen zijn om hun content ‘ontbundeld’ (per artikel) ter beschikking te stellen aan derde partijen.

Kastanjes uit het vuur
Het landelijke Nederlands Dagblad wil overgaan tot het leveren van exclusieve artikelen voor verschillende informatiedragers (online en offline) en zal daarvoor ook enige zeer uiteenlopende abonnementen introduceren. Met 3D wordt nu overlegd over het onderzoeken van gebruikersreacties op de introductie van een pay-per-view-model voor (in eerste instantie) uitgebreide religieuze berichtgeving.

Luisteren naar de NRC
Het productiebedrijf Dedicon verzorgt (onder meer) het omzetten van geschreven tekst naar gesproken woord voor personen met een visuele of leesbeperking, van blinden tot dyslectici. Op dit moment is de organisatie doende met het optimaliseren van een spraaksynthesesysteem. In het 3D-Lab wordt verkend of deze technologie ingezet zou kunnen worden bij de gesproken presentatie van het nieuws, in dit geval van de NRC. Deze ‘audio-NRC’ kan vervolgens gebruikt worden door zowel slechtzienden maar ook goedzienden die hun ogen voor andere zaken nodig hebben.

De ambitie is om het 3D-Lab ook na de looptijd van het project (vanaf zomer 2011) beschikbaar te houden voor de Nederlandstalige mediagemeenschap in de breedste zin van het woord. Daarover wordt nu overlegd met de diverse beroepsorganisaties.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Lifestyle en de prijs van onafhankelijke informatie

De Nieuwe Reporter - za, 21/08/2010 - 16:04

lifestyle_homeHet is doorgaans niet de beste relatie, die tussen journalistiek en life style. Journalisten halen hun neus op voor wat zij zien als glossies zonder inhoud, die ook nog eens hun oor laten hangen naar adverteerders. Redacteuren bij life stylebladen worden op hun beurt moe van al dat dedain, doen steeds minder aan reflectie op hun portefeuille en worden steeds pragmatischer als het om commercie gaat.

Wat jammer is, want de twee werelden kunnen zoveel van elkaar leren. Bijvoorbeeld hoe je over zware zaken lichtvoetig en elegant kunt schrijven en hoe je lichte zaken serieus kunt maken. Zo worden opiniestukken leesbaar en verhandelingen over mode en eten interessant. En er zijn goede voorbeelden van verbintenissen die wel gelukkig uitpakken: neem Vanity Fair en How To Spend it. In eigen land heeft Elsevier de beste traditie met ooit Constance Wibaut en nu John de Greef. Dat aardige beeld over hoe je lichte kost zwaar kunt maken en zware kost licht komt ook van die redactie.

Belangrijkste mode voor dit seizoen
De lezers voor wie al die nieuws- en opinieredacteuren bezig zijn, denken intussen niet in zulke gescheiden werelden. Ook de hoger opgeleiden onder hen niet. Integendeel, zij hebben juist geld te besteden en moeten ook eten, dragen kleren, richten hun huis in en willen weten wat de fijnste adressen ter wereld zijn om een vakantie door te brengen. Ze willen genieten en willen weten wat in is en wat niet. Ze zouden heel graag van een redactie die ze toch al hoog aanslaan op andere terreinen horen wat die vindt en adviseert. Alleen krijgen ze die informatie niet. Eten ja, een enkele auto getest door die leuke autogekke redacteur a la, een reis van vijf weken per kameel naar Ulan Batar, ok, maar wat belangrijkste mode is dit seizoen voor hem en voor haar? Never.

Maar we doen toch wat aan lifestyle, zeggen redacteuren van serieuze titels dan vaak. Wij hebben toch al een bijlage met human interest? En laatst deden we toch een serie over jonge Nederlandse modeontwerpers? Daar kwam geen advertentie op binnen. Onze advertentiemensen roepen wel dat ze modeadvertenties kunnen verkopen maar ze roepen zoveel, dat kunnen ze helemaal niet. Het bewijst maar eens dat je alleen mode-advertenties krijgt als je die adverteerder ook redactionele invloed geeft.

Het resultaat van al die aannames heeft iets schrijnends. Luxemerken hebben fikse advertentiebudgetten en willen dolgraag in contact komen met de meer gefortuneerde lezers van goede kranten en tijdschriften. Door het dealen en wheelen met redacties van glossies hebben deze adverteerders inderdaad wat vreemde ideeën ontwikkeld over hun bemoeienis met de redactionele inhoud. Maar dat is alleen maar een reden om het gesprek aan te gaan. Zij willen toch het Umfeld van een onafhankelijke, alom gerespecteerde titel? Nou, die omgeving heeft een prijs.

Gezamenlijke strategie
Maar om dat gesprek met adverteerders goed te kunnen voeren, moeten redactie en sales een gezamenlijke strategie ontwikkelen. Waar de verhouding tussen die twee afdelingen bij de glossies vaak wat überknus staat te pruttelen, wordt die bij de nieuwsmedia vaak gestookt met wederzijds wantrouwen. In het eerste geval lopen redacteur en salesmanager arm in arm over de internationale beurzen, in het tweede geval vliegen ze er gescheiden heen en groeten elkaar nauwelijks. Als er al een redacteur naar zo’n beurs gaat.

Zo lopen serieuze titels inkomsten mis die naar de glossies gaan. Zo krijgen lezers van serieuze titels halfslachtige bijlagen die krantenverhalen brengen op duur papier, aangevuld met een dotje human interest en moeten zij voor goede informatie over mode, interieur en reizen uitwijken naar bladen die voor eeuwig jonge meisjes zijn gemaakt. Zo blijven lezers van glossies verstoken van zaken die de geest prikkelen en krijgen ze veel te veel luxe spullen onder ogen. En zo ontwikkelen adverteerders nooit een rationele visie op de prijs die hangt aan onafhankelijke informatie. Toch jammer.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Hyperlokale sites Telegraaf Media Nederland online

De Nieuwe Reporter - do, 19/08/2010 - 22:45

Afbeelding 3Telegraaf Media Nederland is vandaag van start gegaan met vier zogenoemde hyperlokale websites, aldus een toelichting op de start door Bart Brouwers, hoofdredacteur van de hyperlokale online media bij TMN. Brouwers kondigde de start van de sites, OverEindhoven, OverWoerden, OverZwolle, OverHeino, aan op zijn weblog. Daarin licht bij toe dat de vier sites in ‘diep-beta’ verkeren. Het betreft vier pilots met ieder een eigen karakter.
OverZwolle en OverHeino vormen samen een zogenoemde aggregatie-pilot. Belangrijkste doel hiervan is te ontdekken of en (zo ja) hoe bereik gegenereerd kan worden. OverWoerden is de community-pilot. Doel daarvan is te bekijken welke stappen gezet moeten worden om een community van gebruikers te creëren die actief en betrokken is bij het platform. OverEindhoven is de commerciële pilot, waarbij vooral getest zal worden welke content het meest gevoelig is voor commercieel succes.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Demo nieuwe digi-versie NRC en nrc.next

De Nieuwe Reporter - do, 19/08/2010 - 13:30

Onderstaande demo staat sinds gisteren op de weblog van NRC-medewerker Edwin Schravesande. De nieuwe digitale editie moet in september uitkomen. Daarna wordt gewerkt aan een versie die ook geschikt is voor mobiel gebruik in o.a. de IPad.

Demo nieuwe digitale editie NRC Handelsblad from NRC Nieuwe Media Team on Vimeo.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Augmented reality in bijlage van Süddeutsche Zeitung

De Nieuwe Reporter - do, 19/08/2010 - 13:18

Liefhebbers van digitale ontwikkelingen doen er goed aan morgen, vrijdag 20 augustus, de hand te leggen op een exemplaar van het zaterdag-magazine van de Süddeutsche Zeitung. De krant beweert de eerste bijlage ter wereld te hebben gemaakt die gebruik maakt van augmented reality. Het onderstaande filmpje laat de items zien die tot leven komen door het downloaden van een app op de mobiele telefoon.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Poligraft legt financiële verbanden bloot

De Nieuwe Reporter - wo, 18/08/2010 - 19:00

Afbeelding 2Het is een wonderbaarlijk simpele gedachte (Deep Throat zei het al: follow the money!), maar tot nu toe kwam niemand erop. Nu is er in de VS echter Poligraft: een website waar bezoekers ofwel de url van een internet-artikel kunnen ingeven ofwel het hele artikel full-tekst kunnen inplakken. Poligraft gaat vervolgens op zoek naar de vraag welke financiële relaties met sponsors de in het artikel genoemde personen of instanties hebben. Vooral voor journalisten lijkt Poligraft een handige tool. Het eigen artikel kan voor publicatie door Poligraft worden gehaald om te zien of financiële relaties over het hoofd zijn gezien. Poligraft is een initiatief van de Sunlight Foundation, een stichting die zich met behulp van technische innovaties beijvert voor een transparantere overheid in de VS. Poligraft maakt bij een search gebruik van de archieven van het Center for Responsive Politics en het National Institute for Money in State Politics, aldus een toelichting op de website van Poligraft. Omdat de zoekmachine gebruikt maakt van Amerikaanse databanken, werkt het ook alleen met artikelen in het Engels over Amerikaanse onderwerpen.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Raad kritisch over berichtgeving vliegramp

De Nieuwe Reporter - di, 17/08/2010 - 10:32

tripoli3Bijna drie maanden geleden stortte een vliegtuig neer in Tripoli. Meer dan honderd passagiers, onder wie zeventig Nederlanders, kwamen om het leven. Het drama veroorzaakte niet alleen groot verdriet, maar ook hevige verontwaardiging vanwege de manier waarop een deel van de media aandacht besteedde aan het ongeluk. Het ging daarbij vooral om het publiceren van beelden van de negenjarige Ruben, de enige overlevende van de ramp, vanuit de ziekenhuiskamer en om een interview met hem op de voorpagina van De Telegraaf en op de website van die krant. Dit leidde tot een storm van protesten en oproepen om het abonnement op die krant op te zeggen.

In veel kritische commentaren (zie bijvoorbeeld hier) over de media werd de Raad voor de Journalistiek aangespoord om een uitspraak te doen over de vraag of het doen en laten van journalisten door de beugel kan. Die uitspraak is op 4 augustus 2010 gepubliceerd.

Ethisch toelaatbaar
De Raad vindt dat het publiceren van beelden van Ruben in zijn ziekenhuisbed ethisch toelaatbaar is. Er is enerzijds sprake van ‘een evidente schending van de privacy’, omdat zonder toestemming van de familie beelden van een weerloos en vermoedelijk getraumatiseerd kind werden gepubliceerd. Anderzijds ging het om beelden met een ‘uitzonderlijk grote nieuwswaarde en zeggingskracht’. Ruben (‘the miracle boy’) was enkele dagen wereldnieuws. Hij werd symbool van leven in deze enorme tragedie. In één foto wordt het verhaal in zijn volle omvang en dramatiek verteld. De Raad vindt dat het belang van deze nieuwswaarde in dit geval zwaarder weegt dan de schending van de privacy.

Sommige media, het NOS Journaal bijvoorbeeld, zonden in eerste instantie beelden uit waarop het slachtoffer duidelijk herkenbaar was. Na enkele uren schakelde men over naar beelden die met meer distantie en terughoudendheid waren gemaakt. Het is jammer dat de Raad dat onderscheid niet maakt. Het gaat hier niet alleen om de vraag: wel of geen beelden, maar ook om de mate van terughoudendheid.

Bij het oordeel speelde kennelijk ook mee, dat de beelden via internet al wereldwijd verkrijgbaar waren. Wanneer praktijken op het internet de norm worden voor de Nederlandse journalistiek is het einde zoek. Vrijwel alles is heel snel via Google en YouTube te voorschijn te halen. Daardoor moet de Raad zich niet laten leiden. Hij moet zelf bepalen wat wel en niet door de beugel kan.

Het telefonisch interview had niet mogen plaatsvinden, meent de Raad. En publicatie van een aantal uitspraken van Ruben dus al helemaal niet. Hier was zonder twijfel sprake van schending van de privacy. De jongen had met rust gelaten moeten worden, zeker nu hij zich in een zeer kwetsbare situatie bevond. Bovendien was deze extra informatie niet nodig om de aard en de ernst van de ramp weer te geven.

Zo was het evenmin nodig om zijn achternaam te vermelden. Hier had het belang van zijn privacy sterker moeten wegen dan de nieuwswaarde, vooral ook omdat hij straks weer zo gewoon mogelijk aan het dagelijks leven moet kunnen deelnemen zonder tot in lengte van dagen ‘miracle boy’ te blijven. Ton de Jong, hoofd opinie van Brabants Dagblad, wees er in een reactie in zijn krant en op Villamedia op dat dit aspect voor een regionale krant onwerkbaar is wanneer de slachtoffers en nabestaanden in het verspreidingsgebied van die krant wonen. Noem je dan de omgekomen gezinsleden voluit (zoals in beginsel bij elk dodelijk ongeval gebeurt) en de enige overlevende alleen met voornaam? Dat zou vreemd zijn. En wordt de privacy zo goed mogelijk beschermd wanneer de krant wel foto’s plaatst maar geen achternamen noemt? De Jong wijst er terecht op dat Ruben in Tilburg familieleden, vriendjes en klasgenoten heeft en dat het achterwege laten van zijn achternaam weinig tot geen extra privacybescherming biedt, al helemaal niet wanneer zijn ouders en oudere broer wél voluit worden genoemd.

De Raad vindt het verder ontoelaatbaar dat foto’s van verongelukte passagiers werden gepubliceerd die van sociale netwerksites als Hyves waren gehaald. Dat ze daar zonder veel moeite te bemachtigen zijn, geeft de media nog geen vrijbrief om ze te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor ze op zo’n site zijn gezet, namelijk om ze te tonen aan vrienden en bekenden. Bovendien gaat het hier niet om Bekende Nederlanders, “zodat de journalist terughoudendheid moet betrachten bij het ongevraagd en zonder toestemming publiceren daarvan in een ander medium en voor een ander doel”. Daar komt nog bij dat het om slachtoffers gaat en dat dus met de nabestaanden rekening moet worden gehouden. Ook hier weer zegt de Raad dat het publiceren van deze foto’s niet nodig was om de ernst van de ramp te tonen.

Foto’s van nabestaanden
Dat geldt ook voor het publiceren van foto’s van nabestaanden (voor en na een informatiebijeenkomst en in Tripoli). Wanneer hiervoor geen toestemming werd verleend is dat een onaanvaardbare inbreuk op de privacy en bovendien niet nodig om het drama in beeld te brengen. Over dat laatste zullen de media ongetwijfeld anders denken, zegt de Raad, maar strikt nodig waren die foto’s niet.

Al met al een uitspraak die duidelijk de grenzen trekt. Het is goed dat een instantie als de Raad voor de Journalistiek zich zo duidelijk uitspreekt over journalistieke praktijken die in de samenleving tot veel discussies leiden, al zijn er enkele aspecten die nader doordacht moeten worden.

Dit artikel is een bewerking van een opiniestuk dat op 6 augustus 2010 werd gepubliceerd in Dagblad van het Noorden.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Lees-waarschuwing op stickervellen

De Nieuwe Reporter - ma, 16/08/2010 - 07:00

warning-2 Of het effect heeft valt te betwijfelen, maar de Brit Tom Scott, die zichzelf ‘geek comedian‘ noemt, heeft zijn eigen manier gevonden om de strijd aan te gaan tegen onbetrouwbare journalistiek. Hij ontwierp en drukte stickers die hij op stations in gratis kranten plakt. De ‘Journalism warning labels’ hebben teksten als: ‘WARNING – Statistics, survey-results and/or equations in this article were sponsored by a PR company’. Of: ‘WARNING – This article is basically just a press release, copied and pasted’. Vooral deze laatste sticker zou volgens Scott op de helft van de artikelen in gratis kranten kunnen worden geplakt. De maker stelt zijn stickervellen gratis als pdf ter beschikking op zijn website. Wie ze wil gebruiken moet ze op eigen lege stickervellen drukken.

Categorieën: achtergrond, journalistiek

Marketing & Co

vacatures Marketing & Co

Reclame

toolbar powered by www.iconcy.com